Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verhaal en den anderen, moet ik hier even vermelden, wat een vriend ik van de schoonheid ben. Met welk een onuitsprekelijk behagen kan ik een roos in een vaas steken, of, als er een schaal vol vruchten vóór mij op de tafel wordt gezet, hoe innig bekoord pleeg ik dan naar de gloeiende appels, de dauwige druiven en de knobbelig gebolsterde noten te turen, tot mijn gedachten zelve rijp en zwaar schijnen te worden, en zich tezamen schikken tot een schotel ooft. Maar nergens toch voel ik zoo'n vreugd over de schoonheid, als wanneer ze in bloei staat bij een jeugdig menschenkind. Tenminste als dit een vriendin van de zon is, en niet al te zeer er op uit blijkt, om de bevalligheden, waarmede het gezegend is, voor het oog van bewonderaars te verbergen.

Aan deze voorwaarden werd door het meisje voldaan. Ze was bruin als een walnoot, en haar halsdoek had ze losgeknoopt.

Ik maakte me gereed tot een dergelijke toespraak, als ik gisteren tegen mijn dansgenootje had gehouden, maar eer ik het begin nog bedacht had, overmande mij een vijand, sterker dan alle verlangens: de slaap.

Languit strekte ik mij neer naast Valentijn, die al met open mond lag te snurken. De hooigeur overweldigde mij, vakerig dreunden de wielen, en weldra was ik ingesluimerd op mijn zachte bed.

96

Sluiten