Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik zijn bochel verdwijnen, dien hij hier zoovele jaren als een kruis gedragen had.

Ook ik sprong van den wagen en plukte nadenkend het hooi van mijn kleederen.

Een paar uren later zaten we samen, en Tiberius, die met den kop tusschen de pooten lag te slapen, als de derde man, aan den oever van het stroompje, dat Valentijn mij eens zoo warm had beschreven. Maar hij had nu geen oog voor een schoone weerspiegeling. Nooit heb ik het gelaat van mijn makker, dat ik vaak met den gloed en de warmte van de zon heb vergeleken, zoo moede en bezorgd gezien. Ik moest mij naar hem toe buigen, om te kunnen verstaan wat hij zeide:

„Ik ben daareven bij moeder geweest, die als een bundeltje lompen op een stukken stroozak zoo wegkwijnt. Ik heb haar toegesproken en haar mijn hulp aangeboden. Ze is van me geschrokken. Ik geloof, dat, toen ze mijn stem hoorde, ze voor het eerst gevoeld heeft, hoeveel ze mij te kort heeft gedaan. En de pijn daarover heeft ze als een wraak van mij beschouwd. Ze heeft het hoofd onder de dekens verborgen, en ze stak een afwerende hand naar mij uit. Toen ben ik weg geslopen.

Ik ben de hoeve rond gegaan. Maar de haan, dien ik mijn vreugd den gorgel uit gejubeld heb, was door een anderen vervangen, en op de oude droomplaats

98

Sluiten