Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toe te spreken, hij prijst het fijne van de schotels aan en vult de kroezen met schuimenden cider. Dan wordt er weer dreigend gezwegen.

„Wat maak je op uit dat alles?" vraagt Valentijn, als we wat later in donker het erf oversteken om den hond uit te laten.

Opzij van den koestal komen we de drie mannen voorbij, die met een vreemdeling, die de kleederen van een heer draagt, staan te onderhandelen.

„In elk geval moeten we den heelen nacht bij elkaar blijven," antwoord ik.

Als het tijd wordt, dat we ons ter ruste begeven, wordt ons hoffelijk medegedeeld, dat boven voor ons ieder een kamer in gereedheid is gebracht.

„We zullen tezaam in de schuur slapen," zegt Valentijn kort; hij vraagt om een hcht en wat stroobundels.

We merken, dat de kerels elkander teleurgesteld aankijken.

Wij zoeken onze slaapplaats op, en na den grendel op de dubbele deur te hebben geschoven, speuren wij rond bij de walmende vetpit.

Mijn makker diept een dik geknopten stok op uit wat ouden rommel. En als wij ons op het stroo uitstrekken, legt Valentijn zijn vondst naast zich neder, terwijl ik mijn getrokken rapier in de vuist klem.

Meteen, in een spattend gesis, gaat het hcht uit,

101

Sluiten