Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het dan tenminste niet in vol ornaat," lachte Valentijn, gemoedelijk op mijn schouder kloppend.

Boos sloot ik het venster, en begon mij uit te kleeden bij het walmen van het stompje kaars.

Juist hing ik mijn druipende jas tegen den wand op, toen de deur in een zingend geknars werd geopend en er een kleine vrouwen voet op den drempel verscheen.

En de waarheid volgde op het ongeloofelijke, hoewel in een anderen vorm, dan ik haar mogelijk zou hebben geacht. Immers Madeleen kwam bij ons binnen, gehuld in een reismantel, dien ze tot de kin had dichtgeknoopt, en zij droeg het in een doek gebonden bundeltje der zwervelingen.

„Ik heb de buitenpoort gesloten," zei ze vreemd en afwezig, waarbij ze ons den sleutel liet zien. „Van avond hebben ze hier al rondgeslopen. Mijn schuilplaats is ontdekt."

Luisterend stak ze een vinger in de hoogte, en nu hoorde ik duidelijk, hoe er beneden op de deur werd gebeukt met pistoolkolven.

„Er is nog maar één uitgang," fluisterde ze, naar het in den wind rammelende raam wijzend.

Ze zonk op de knieën en strekte de handen naar ons uit.

„Eigenlijk geloof ik, dat de eene helft van de wereld zich opgemaakt heeft om de andere te vervolgen," mompelde Valentijn.

124

Sluiten