Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huis is ontloopen, en dezelfde moet wezen, die gisteravond tegen de deur van de herberg heeft geklopt."

Madeleen knikte.

„De ringvinger beteekent de overheid, welke met zijn boeien op het pad is, en ook een woordje mee heeft te spreken tegen twee landloopers over een gestolen, bruin gebraden en tot aan de beentjes afgekloven gans, daargelaten nog de drie kinkels van boeren, die ze in het stof hebben doen bijten^ en deze pink dan tenslotte kan ik de kans noemen, dat er bovendien nog een kleine expeditie tegen mij in het veld is gestuurd. Ieder afzonderlijk niet overgevaarlijk, maar alle tezamen een hand, die je plotseling vastgrijpt, en waar je je niet meer aan ontworstelen kunt."

En als om een voorstelling van dat dreigement te geven, pakte Valentijn mij bij een der schouders en schudde mij krachtig dooreen.

„Wij moeten weg zijn, een poos lang verdwijnen, verborgen wezen en levend gestorven.

Hier in de buurt weet ik een bosch liggen, opgegroeid tegen de heuvelen, in dat bosch verschuilt zich een grot achter de heesters, en die grot heeft tot woning gediend aan een kluizenaar, bij wien ik dikwijls op mijn tochten mijn droefheid heb achtergelaten, nadat ik er den vrede van de vreugde als reisgeschenk voor in de plaats gekregen had.

132

Sluiten