Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Goed," sprak mijn vader, „den boomtak, dien ik voor het hangkoord al had uitgekozen, zal ik van groen eerst nog bruin laten worden, en wat jezelve dan aangaat, het hefste het ik je trouwen, morgen aan den dag. Maar er moet eerst nog ergens een knoop worden losgebonden, en daarom ben ik van plan, om je voor alle zekerheid, den tijd van nu tot aan dat huwehjk, tusschen vier deugdelijke muren en achter een venster, met een getralied kruis er voor, te laten zoek brengen. Zie dit eens."

Hij haalde een brief uit zijn zak met een zegel gesloten.

„Hier heb je een lettre de cachet, welke in blanco is gesteld, en die ik van mijn vriend, den luitenant generaal van pohtie, heb gekregen. Ik denk daar jouw naam op in te vullen. En nu heb ik genoeg van je stem gehoord."

Zwijgend draafden wij voort, de kale, grijze, godverlaten weg lag eindeloos voor ons, en bij eiken doffen hoefslag werd ik onherroepelijk een paar schreden verder van Madeleen en mijn verspeeld geluk gevoerd.

171

Sluiten