Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

besluit dan je dood nog als kroon op de pompe: het sterfbed, de neven, de nichten, de rouwkamer, de lijkrede, de kaarsen, de sluiers, en een steen met je wapen waaronder je deugdehjk weggeborgen wordt. En tusschen die drie statiën in, heel een warboel van buigingen, woorden die fluisterend of luid moeten gezegd worden, handkussen en strijkvoeten. Ik weet het, omdat ik die plichtplegingen zoo weinig in acht heb genomen, versuf ik daar nu, als een gepensionneerde edelvalk, die in een roestige kooi zit opgesloten, vergeten en nurksch, op mijn landgoed. Claude dus zal ik het inprenten, dat hij zich te schikken heeft. Desnoods met de zweep en de boeien."

Mijnheer de Pomponne dof mompelend, niet te ontwarren ....

Mijn vader het uitproestend van het lachen:

„Aha, die Mathilde d'Almonde, die feeks, en dat dekselsche manwijf. Mijn pruik er af, als de jongen geen heimwee zal krijgen naar zijn cel en zijn trahes, als hij haar papegaai aandraagt achter een schoone, die hem de baas bhjkt in streken en euvele listen."

Mijnheer de Pomponne . . .

Mijnheer de Lingendres driftig en met een vuist tusschen de rinkelende bekers:

„Dat hij geholpen zou worden? Nu maar dan zweer ik, dat zijn medephchtige, waar ik dien aantref, me al den zuren wijn van deze dagen, de taaie

Ik en mijn Speelman

207

Sluiten