Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een nabijliggende jaarmarkt op reis zijn, ik, mijn makker en zijn vrouw. Zij isrin blijde verwachting, die door dat optreden van jullie weieens tot een droevige ontknooping zou kunnen worden gebracht. Maar dan zweer ik, dat je, binnen een uur tijds, achter de trahes er berouw over zult hebben."

En hiermee stapt hij, fier zijn bochel naar het toortslicht keerend, weer het voertuig binnen, en smijt het deurtje dicht.

Een oogenblik stilte, beraadslaging zeker. Dan worden wij helder door den weerschijn van een paar aangedragen fakkels verlicht, en door een van de raampjes zien wij een vuistgroot gezicht turen, gerimpeld als een overjarige goudrenet.

Het bloedroode geflakker stort zich over Madeleen. Roerloos ligt ze en ik schrik van haar. Haar mond is vertrokken, het wit der oogen staart ons glansloos aan, ze hjkt me verwisseld, betooverd, een vreemde.

Bevelen, hoevengetrappel, en de bende trekt af.

Ook de karos zet zich weer in beweging. Valentijn snoert zijn knapzak open, hij haalt er een kleine flesch uit, ontkurkt haar. Madeleen doet hij drinken, nadat hij haar hppen eerst bevochtigd heeft. Er vleugt weer kleur over haar wangen, en diep zuchtend rijst ze op.

„Waar zijn ze?"

221

Sluiten