Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFTIGSTE HOOFDSTUK

Waarin een snuifdoos openvalt, en over een kus wordt gesproken.

Ik wachtte, mijn hart bonsde, ik plukte een bloem af, en wierp haar weer weg tusschen de struiken; met groote stappen liep ik de paden van den pastorietuin op en neer.

De beslissing ging vallen. Madeleen was daarbinnen en sprak met vader Nicol over haar verzoek.

Een juichkreet, zijzelf op den drempel, knikkend, wuivend, en „ja" riep ze, terwijl ze dwars over een bloemenbed sprong.

„Morgen?" jubelde ik verrukt. Lachend schudde zij het hoofd. „En dan nog acht dagen."

Ons huwelijk. Later hebben wij het onschatbare er van eerst begrepen, maar ook dat het zoo zwaar is, om het den berg op te dragen, als de goudklomp uit het wonderverhaal. Nü vonden wij ons in onze verbijsterende bhjdschap, als twee kinderen, eenklaps midden op het kale tulpenveldje staan. Wij maakten een zwierige buiging, vatten elkander bij de vingertoppen, voerden een pas uit, wendden, weken, naderden en negen nogmaals diep. Met slechts een bende zwart-rokkige kraaien in den boomgaard als toeschou-

231

Sluiten