Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de zon op het bhnkende zandpad een onwelwillende caricatuur had geteekend.

„Je merkt wel," zei hij naar beneden wijzend, „dat ik den ransel van den reiziger voor eeuwig op mijn schouders met me draag. Het was al een heele opgaaf voor me, om je iets van die stad in de verte te berichten, maar hoe zal ik je duidelijk kunnen maken, wat het beteekent, om als een zwerveling geboren te zijn? Dit kan ik je verzekeren, dat het een onuitsprekelijk geluk is, om van de avonturen, die je beleefde, en de moeiten die je overwon, aan de vrouw, die je liefhebt, de verhalen te doen. Het is, of door haar luisteren j e tocht zijn beteekenis eerst en een ziel krijgt. Maar terwijl je daar spreekt en in het vragen van twee stille oogen staart, moet er naast je een venster zijn, dat open is geworpen, zoo'n venster in de lijst waarvan je, als op een oude houtsnede, een landschap ziet oprijzen met zijn paden, zijn stroomen, zijn bruggen, kasteelen op bergen en een vlucht vogels, die zich in de verte van een gouden horizont verhest. En van dat landschap moet je dan weten, dat je er morgen, nadat je afscheid hebt genomen, met je gitaar op den rug, langs zult wegtrekken. Neen Frido, het spijt me."

Ja en daar zat ik dan nu, verslagen en overmeesterd, tusschen mijn vernagelde bombardes en onder den voet geloopen bastions, en het ergste was, dat ik mijn vriend niet eens had begrepen.

236

Sluiten