Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En een man, die het in zijn hoofd heeft gekregen, dat zijn woorden meer waard zijn dan een werk, dat hij door zijn praatjes in de war begint te sturen."

Waarna ik oprijs en een diepe buiging maak.

Maar voor ik naar huis ga, klop ik eerst nog bij de woning aan naast die van Catharina, waar ze Martha's achttal ingekwartierd hebben.

In een groote, kale kamer vind ik ze, onder aanvoering van de twee oudsten, met allerlei roerigheid bezig. Dadelijk khmmen ze mij op de knieën en zetten zich rond mijn voeten op den vloer. En dan is mijn herinnering wel zoo goed, om een of andere historie, die me als jongen door mijn voedster is verteld, uit haar asch te laten oprakelen, en begin ik met de geschiedenis van de schoone slaapster, om te eindigen met het verhaal van den dief in de schatkamer des konings.

Wanneer ik tenslotte wegvlucht, heb ik den nagalm van een vinkennest in de ooren, en zijn er weer een paar van de uren, die me nog gescheiden houden van den dag der bekroning, langs me heen gegaan en verdwenen, maar niet toch voor ik ze ieder naar hun verdienste met een krans geëerd heb en beschonken.

En het wordt avond en morgen, en een kist komt aan met Valentijn's feestpak, dat ik bij den gebochelden kleermaker besteld heb. Valentijn zelf keert dan terug. En nu, ja, y^tSÊk, gaat de zon op, die over vervulling en volheid zal schijnen.

249

Sluiten