Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZES-EN-VIJF TTGSTE HOOFDSTUK

Waarin de feestvreugde bij zonneschijn een aanvang neemt.

Overal uit wijd gapende deurgaten en open geworpen venstertjes ziedde het, siste het, wolkte braadgeur, dreven dampen. Heel Floreuse deed zich langs het rumoerende kerkplein op lange banken aan de overvloedig bestapelde tafels te goed.

Van alle kanten hadden we, wat een feestmaal van vader Nicol's vriend, Gargantua, evenaren moest, aan laten rukken: karrevrachten hammen, lendestukken en reebouten; manden tot aan den rand gevuld met bellefleuren, prinsessenobels en blinkende limoenen, zoo wichtig, dat ze aan een stok, tusschen de hengsels gestoken, door de sterksten van het dorp moesten worden aangetorst. Aan de hoeken der straten borrelden overkokende soepketels, en naast de kerkdeur roosterden ze een os aan het spit.

Omdat Jacobus de verantwoording niet alleen op de magere schouders had durven nemen, hadden we bovendien nog den lijvigen herbergier, bij wien Madeleen in dienst geweest was, over laten komen, en den waard ook met zijn vossegezicht, die nog een

258

Sluiten