Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Welsprekender zijn voor ons die portrettisten, die Liszt hebben afgebeeld in al zulke verleidelijke en romantische posen, die verrukkelijk moeten zijn geweest voor vrouwen, op zoek voor haar „grande passion" en dol op buitensporige en fiere verschijningen; wier hoofd al op hol was gebracht door de ge* schiedenissen van die beroemde liaisons met groote mannen, die zelfs door de mode werden aangemoedigd.

Volgens een romantisch gegroepeerd schilderij van Danhauser zien wij Liszt in zijn milieu van vereersters, waardoor hij wordt omringd, die aan zijn voeten zitten en met extatische kleine gebaren haar bewondering uiten voor dezen jongen God, die in haar salons met de warme fluweelen voorhangen en de zachte sofa's in een aanbiddelijk fiere speelhouding aan de piano, te midden van verward en half opengebWerd verspreid liggende muziekboeken, zijn jonge, echt mannelijke geïnspireerdheid met geheven hoofd en samengeknepen lippen ten toon stelt.

Liszt kan zich zoo gedragen hebben: een man heeft altijd de neiging tegenover de vrouwen de acteur te wezen, ook al is de galanterie hem aangeboren, en zeker in een tijd, dat ook de minnaar het romantisch gebaar vereerde. Het is zelfs mogelijk, dat Liszt een temperament heeft gehad „liebselig wie eine Guitarre" (zooals Huneker het uitdrukt); doch Liszt was tegelijk een man met een hoog intellect en een idealist, voornaam van inborst en desnoods tot alles bereid, alleen niet tot egoïsme. Maar voor de vrouwen lag het nu eenmaal zoo, dat Liszt ver* leidelijk van uiterlijk was — een mengsel van Byron, Dante en Casanova typeerde een opmerker hem niet ongeestig —, een figuur met legenden omweven, de Vliegende Hongaar, die heel Europa in een postkoets was doorgesneld. „Er ging een e/ec* trische schok door de zaal als Liszt binnentrad. Vele dames stonden op. Over ieders gelaat gleed een glimlach" vertelt de Deensche schrijver Hans Christiaan Andersen in zijn herinne* ringen aan Liszt. Maar deze treffende verschijning, die men het eerst had ontmoet in de zwoele atmosfeer van met hon* derden kaarsen verlichte concertzalen, was tegelijk een man, die zich in de intieme salons met de aangeboren rustige zeker* heid van een volmaakte hoffelijkheid bleek te bewegen, brillant en spiritueel*slagvaardig in zijn ongedwongen conversatie, en steeds bereid de galante man te wezen, die de bladen van de muziekboeken der musiceerende dames omslaat, of haar een andere kleine welgevalligheid bewijst. Is het niet een typisch beeld van den galanten cavalier Liszt, zooals hij beschreven wordt op een concert van de schoone pianiste Camille Pleyel, „naast haar staande met de hoed in de hand, in groene rijrok met grijze pantalon, de muziekbladen voor haar omslaand"?

25

Sluiten