Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schen beide al bestaan heeft, eindigde snel, daar Liszt geen minnaar kon wezen van een vrouw in boerenkiel en met hooge mannenlaarzen, die er bovendien nog slechte manieren op na hield. Ook Marie d'Agoult heeft Liszt een tijdlang ontweken; maar het probleem van de „onbegrepen Vrouw", stond hem niet klaar voor oogen, en toen zij ten slotte zichzelf schaakte, dwong zijn edelmoedigheid hem de rol, die zij hem oplegde, verder te spelen. Liszt heeft dit idealisme later wel zwaar moeten boeten. Nog vóór hun scheiding zag hij de werkelijkheid voldoende in om haar te kunnen voorstellen aan haar boek „Mes Souvenirs" liever den titel „Poses et Mensonges" te geven. De idyllische jaren, in de romantische landschappen rond de meren van Zwit* seriand en Italië en op de lagunen van Venetië met Madame d'Agoult beleefd, heeft Liszt met „een smartelijk geheim" moeten betalen. Voortaan de band van den liefdeshartstocht wantrouwend, meende hij in zijn behoefte aan een „verwante tweede ik" dit in Carolyne Sayn Wittgenstein, een Poolsche adellijke amazone, die hij aan een vriend signaleert als „een buitengewoon en volledig prachtexemplaar van ziel, geest en verstand" gevonden te hebben. In tegenstelling met Marie d'Agoult had zij zeer zeker haar groote beteekenis in Liszt's leven en Liszt dankt haar in het tijdperk van zijp leven te Wei* mar een waarlijk ideëele steun, hoewel de spotters haar om haar onveranderlijke neiging om hem overal na te reizen, „Fürstin Hinter*Liszt" noemden. Maar op het eind van zijn leven bleek het hem, dat hij zich overgegeven had aan een langzamerhand bigotgeworden vrouw, wier manie het bleef Liszt geheel aan de kerk te binden, zonder in te zien, dat dit haar eigen fanatiek ideaal was, en die nu aan Liszt als een zwakheid verweet, wat voor hem slechts gedeeltelijk uitvoerbaar was. Gedurende dien funesten tijd had Liszt in zijn werkkamer slechts één wand* versiering hangen: een afbeelding van Dürer's „Die Melan* cholie", en beiden bleven in hun eigen vertrekken hun dikke sigaren rooken, zonder echter geheel van elkaar te kunnen gaan. De greep van Liszt's marmeren hand, de slanke vingers van vorstin Wittgenstein vast omspannend, welke beide handen aldus vereenigd in het Liszt*museum te Weimar bewaard zijn gebleven, was nog slechts een symbool, geen werkelijkheid meer.

De groote mannen, de verwende kinderen van den roem, zijn niet voor de ideale, onzelfzuchtige liefde voorbestemd. In haar bescheiden interieur kan een kleine naaister dit ideaal vaak veel meer naar waarheid nabij komen. ,J'ai une friste conception de tamour" liet Liszt zich eens ontvallen. Inderdaad, reeds als 17*jarig jongeling had hij geleerd dat liefde smart is, toen de uiterlijke verhoudingen zijn ontvonkte genegenheid voor

28

Sluiten