Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwijgzaam vond zitten op een sofa tusschen drie gesloten kla* vieren, een lange Turksche pijp rookend en met een ironischen glimlach, „als het even opflikkeren van een dolk in de zon," luisterend naar zijn bezoeker. Het revolutionaire kanon van 1830 kon hem eerst uit deze apathie wekken.

Liszt was niet die „Kraftmaier", die hij ons als virtuoos vol* gens zijn faam van kracht en vurigheid meestal voorkomt. Hij was in zijn eerste levensjaren een zwak, door nerveuse schokken gekweld kind, dat men op een dag zelfs dood waande en voor wiens lijkkist je de timmerman reeds de maat was komen nemen. Doch Franz herstelde. De nerveuze aandoeningen vernietigden niet het lichaam, dat tenger was, maar van een gespierden bouw. Eenzelfde zenuwcrisis trad later nog eens op, in Parijs. Ook toen werd Liszt dood verklaard. Dit in de couranten lezend kon hij echter met Mark Twain verzekeren, dat „het gerucht van zijn dood sterk overdreven was."

Wagner heeft eens gezegd, dat de roem voor Liszt een kinderspel is geweest. Vóór zijn 10de jaar reeds triomfeerde Liszt op de pianokruk voor de adellijke gasten van vorst Ester* hazy en voor de geldmagnaten van Pressburg, die hem de deuren voor zijn loopbaan openden met een stipendium van 600 florins 's jaars voor zes jaar. Het eerste onderricht, als zes*jarige, had hij van zijn vader gehad, op diens oude, boersche pianino, en hij ging nu te Weenen studeeren bij Carl Czerny, die zijn eigen nagedachtenis wel in een ongunstig licht heeft gezet door de tallooze vingeroefeningen, die hij componeerde en waarmede hij nog steeds onze kinderen en kindskinderen tegen zich zal blijven innemen.

Aanvankelijk had Adam Liszt aan Hummel, „de beroemdste pianist van Europa", als leermeester voor zijn zoon gedacht, maar deze woonde in Weimar en vroeg bovendien voor een les niet minder dan een louis. Czerny schijnt Liszt gratis te hebben onderwezen. Salieri gaf hem les in partituur lezen en contra«punt. Met Czerny, wiens leerling Liszt van 1821 tot 1823 is geweest, bleven nog jaren daarna de betrekkingen zeer hartelijk. Czerny verheugde zich over Liszt's succes „als gold het zijn zoon", en Liszt waardeerde ook in latere tijden de gestrengheid van zijn leermeester tegenover „een kind, dat maar al te geneigd was tot ordeloosheid en overmoed." Door Czerny ook, zelf leerling van Beethoven, werd Liszt het eerst ingewijd in Beethoven en men kan van Liszt zeggen, dat hij de eerste is geweest, die Beethoven begrepen heeft, nog vóór Wagner.x) Er zijn zes brieven van

1) Beethoven hoorde den kleinen Liszt nog te Weenen. Hoewel Schindler tegenspreekt dat Beethoven toen het podium opklom om het kind te omhelzen, wordt dit door verscheidene personen, ook door Liszt zelf, bevestigd. '

38

Sluiten