Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slaan! Hij juicht met deze jonge ontevredenen mee, wanneer de driekleurige vaandels voorbij zijn vensters trekken en de groote gebeurtenissen der vrijheid aanvangen; wanneer den 27sten Juli 1830 de eerste geweerschoten door de straten klin* ken en in drie dagen („les trois Glorieuses") de Revolutie over* winnaar is, Karei X uit Parijs verdrijvend. Een „Révolution har* monieuse" noemt Berlioz in zijn memoiren deze overwinning van de werklieden, „die niets gestolen hebben": maar zelf zat hij opgesloten in zijn examenkamer voor den Prix de Rome! Liszt, dol van overmoedige trots om de overwinning van de „volks* souvereiniteit", begint aan de piano een aan den ouden vrij* heidsman La Fayette opgedragen „Symphonie Révolutionnaire" te ontwerpen, die schets zal blijven, evenals een voor die sym* phonie geïnstrumenteerde Marseillaise. Het burgerkoningschap, dat met Louis PhiUppe wordt ingesteld brengt hem wel is waar een teleurstelling. Waarvoor componeert men stormmarschen, met een dedicatie aan vier groote mannen tegelijk: Hugo, La* mennais, Lamartine en Benjamin Constant, als het is om de vrijheid in de middelmatige politiek van het „juste milieu" te zien terugvallen? En Liszt verafschuwde juist de middel* matigheid!

Maar: „Het kanon heeft hem genezen" kan Liszt's moeder dankbaar uitroepen.

De muziek te Parijs heeft Liszt in deze jaren nog weinig be* langrijks te bieden. De oude, klassieke pianisten interesseeren hem niet meer. Hij heeft het land aan den modepianist Kalk* brenner, wiens „Sonate voor de linkerhand" hij een onbenullig vuurwerk*stukje vindt, en die hij niet van von Lenz wil hooren. De gepassioneerde kreten van Berlioz' reuzennachtegaal zijn nog niet tot zijn oor doorgedrongen. Wat de overige muziek betreft, La Malibran en Mlle Henriette Sontag zingen in de Opera, Mlle Taglioni danst in haar ballet „La Sylphide", en Liszt is haar ge* duldige bewonderaar. Zijn gedachten zijn geheel gevangen door zijn schijnbaar chaotische belangstelling in literatuur, schilder* kunst en philosophie; doch in dien chaos is hem het inzicht geopend van de onderlinge verwantschap der kunsten vanuit de aandoeningen der ziel beschou wd; dat in* zicht, dat zijn kunstgevoel universeel zal maken en hem zijn inspiraties van overal doet halen; een ontdekking, welker in* vloed zal doorwerken in Liszt's kunst, die als gevoelsleven ge* zien een encyclopaedie van zijn tijd is, doch waarin in werkelijk* heid de figuren, die zijn bezieling en zijn verbeelding hebben gepakt, in zijn geest van objecten der mode tot monumentale openbaringen voor zijn kunst zullen gaan groeien.

Liszt. 4

49

Sluiten