Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Liszt gaat inmiddels voort de artistieke en philosophische milieu's te bezoeken, waar de discussies nog vuriger worden gevoerd dan voorheen. Het „duel der ideeën" moest soms door het „duel met pistolen" worden beslecht. Zoo had de uitgever van de „Gazette musicale" eenige schoten te wisselen met een vereerder van Henri Herz vanwege een slechte kritiek, die hij over dezen laatste had geschreven. In deze salons begint, nu de „bataüle romantique" tegen de classici glansrijk gewonnen is, de excentriciteit te heerschen van de zich interessant aanstel» lend artistiek bohémienschap. Liszt wordt een bekende in het met bruin fluweel en zilveren sterren behangen salon yan prin» ses Christine Belgiojoso, een verre van schoone Italiaansche, opzichtig in zilver en zwart gekleed en van zulk een macabre bleekheid, dat de Parijsche straatjongens haar onderweg na» riepen: „Wat een luiheid om je niet te laten begraven!"; een gewezen politiek avonturierster en thans beroemdheden*jaag* ster, die ook Liszt voor haar salon wist te vangen door middel van een weldadigheidsconcert, waarvoor zij uitnoodigingen verzond met haar eigenhandige toevoeging „Mr Liszt jouera". Men ziet hem ook als een trouw bezoeker van „het zolderka* niertje met de blauwe gordijnen" op de Quai Malaquais, waar George Sand — een van haar man weggeloopen adellijke dame, die uit de provincie kwam en als schrijfster van een zeer roman» tisch en zeer opgewonden boek „Indiana" op slag beroemd was geworden — ontving, op een ligmat van Spaansch riet, in ge» zeischap van haar kat Trozzi, en omringd door allen, die de nieuwsgierigheid aanlokte met deze excentrieke vrouw, die man» nenkleeren droeg, en een pijp rookte, te redeneeren en te dis» cussieeren, zooals Balzac, Heine, de Musset en zelfs de abbé de Lamennais, die na de JuU*revolutie zijn eenzaamheid had verlaten. Hier werd ook de vriendschap van Liszt met de La» mennais gesloten, de Lamennais, die ons door een tijdgenoot wórdt afgeschilderd als „een zenuwachtige, bleeke priester, er uitziende als een in Bretagne, zijn geboortegrond, uit den doode verrezen Druïde".

Liszt vereenigde bij zichzelf op zijn kamers in de Rue de Provence, waarheen hij inmiddels verhuisd was, ook graag „de helden van den dag onder wie Lamennais de koning was. De 'drie vertrekken, waarin Liszt ontving, waren letterlijk stamp* vol. Op een canapé gezeten, luisterde de schrijfster van „In: diana" en „André" met verrukking naar den schrijver van ,J*a* roles dun Croyanf'. In een donkeren hoek waren eenige man* nen in een ernstig gesprek verdiept: het waren Ballanche, de phÜosoof der oudheid, die met Mozes en Homerus gesproken heeft, de beroemde directeur van den „Catholique", Baron

53

53

Sluiten