Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verklaarde, dat haar oogen het mooist waren, wanneer zij door een waaier keek. Maar Chopin is later onverbiddelijker voor haar „streken": „Sinds ik jou heb zien weenen, geloof ik niet meer aan tranen." Haar grilligheid en egoïste onrust tegenover haar minnaars, hebben haar in haar liefdesavonturen, terecht of ten onrechte, den schijn van een vampyr gegeven, „de vrouw, die niets weet te geven en altijd iets te nemen." Het eindoordeel over haar klinkt in verschillende monden hard. Slechts enkelen zien in haar een miskende engel. Zelfs Liszt, die het verstond zich van haar aantrekkingskracht los te maken en de vriend* schappelijke verhouding zonder meer te herstellen, die nog jaren daarna in een briefwisseling en een paar gemeenschap* pelijke reizen voortduurde, noemt haar „koud en zelfzuchtig; zij had alleen warmte in haar fantasie, maar een koud hart." Marie d'Agoult velt later onder haar pseudoniem Daniël Stern in „Ma vie litteraire" het volgende vrij barre oordeel over haar: ,flaar minnaars zijn voor haar als een stuk krijt, waarmee zij op het bord schrijft. Wanneer zij klaar is, trapt zij het krijt met de voeten stuk en er blijft niets over dan wat stof, dat spoedig weggeblazen is." Maar Marie d'Agoult was altijd afgunstig op George Sand, wier vriendschap met Liszt zij voortdurend zag als een poging hem van haar weg te lokken. Liszt is het lot van Alfred de Musset en Chopin ontgaan: in zijn hart, waarin alleen maar blijvend plaats was voor een „ideaal goede vrouw", zooals hij die in Caroline de Saint Cricq eenmaal had gevonden, had hij geen gevoel voor een vrouw, die hij op haar verjaardag een pijp cadeau kon doen. — Hoewel: later choqueeren de sigaren van Carolyne Wittgenstein Liszt niet meer.

De abbé de Lamennais had vooral invloed op Liszt's gods* dienstige ideeën, die zich met de democratische idealen van zijn tijd zochten te vereenigen. De invloed van dezen geestdriftigen apostel der menschheid, die de kunst als een verbindingsmiddel tusschen God en het volk zag, is het duidelijkst kenbaar in Liszt's geschriften over muzikaal*sociale kwesties, over de gewijde muziek en over de positie van den kunstenaar in het maatschappelijk leven. Deze artikelen, in den gezwollen toon der kanselreden gesteld, laten zich beter lezen in het Fransch, waarin zij oorspronkelijk geschreven zijn, dan in de niet altijd gelukkige Duitsche overzetting van Lina Ramann, waaronder zij in Band II van „Liszts Gesammelte Schriften" voorkomen.*) Typeerend voor de Lamennais*inspiratie om het slotdevies „Het volk en God", maar ook voor den aard van Liszt's idea*

x) De origineele Fransche tekst is moeielijk bereikbaar geworden. Daarom deed Jean Chantavflftie een goed werk er een herdruk van te geven in de door hem uitgegeven „Pages romantiques" van Liszt. (F. Alcan, Parijs 1912).

55

Sluiten