Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII.

Madame ff Agoult, de „onbegrepen vrouw".

Met het gedeelte van Liszt's leven tusschen 1830 en 1835 blijven de artistiek*mondaine salons ten nauwste ver* bonden, zooals zij ook met dat van Chopin verbonden blijven. Maar voor Liszt zijn zij de ontmoetingsplaatsen der denkbeelden en idealen, die uiting geven aan de geestelijke stroomingen van zijn tijd, voor Chopin zijn zij een aristocratische sfeer, waar zijn muziek aan schittering en verfijning won. Liszt's pathetische verschijning — „een mensch met een onrustig, maar edel ka* rakter", zegt Heine van Liszt in een zijner eerste berichten — was minstens even gezocht als Chopin's interessant lijdend uiterlijk, en werd als echter beschouwd dan de coquetterie van Chopin, die zijn bakkebaardje, uit snobisme zei men, maar aan één kant droeg. De dichters, de schilders, die Liszt omringen, hebben de wijcUomvattende dispositie van zijn machtig kunstenaarschap even sterk aangevoeld als de vrouwen de aan* trekkingskracht van zijn persoonlijkheid. De dichter Emile Deschamps voorspelde:

Liszt, Liszt, qui changerait sans changer de délire Les notes pour les vers, le clavier pour le lyre.

Liszt's gelaatstrekken en zijn Florentijnsch profiel zijn ge* liefde objecten voor de teekenstift. Als jonge man vinden wij Liszt even vaak afgebeeld als later, wanneer de roem de ambitie van alle schilders, die in de mode zijn, aanspoort hem te por* tretteeren. Men zegt, dat aan de Spartacus, die in het Louvre staat, door den vervaardiger Liszt's trekken zijn gegeven.

Maar de salons boden nog andere verzoekingen voor Liszt dan de populariteit onder de kunstenaars; het zijn de vrouwen,

Liszt. 5 65

65

Sluiten