Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Te Weimar is Carolyne zijn groote helpster zonder zich op den voorgrond te dringen. Zij weet, zonder egoïsme, aan zijn uiterlijken staat den glans te geven die zijn positie als schepper van een kunstcentrum, als toegewijd werker voor de grootheid van de kunst, hem voor de buitenwereld oplegt. Zij onderhoudt zijn „hofhouding", zij arrangeert zijn feesten en ontvangt den overvloed van gasten, die naar Weimar stroomen en tot hem wenschen toegelaten te worden. De Weimarsche jaren worden Liszt's productiefste jaren als componist. Al zijn groote werken stammen uit dien tijd; de beide klavierconcerten, de Berg*sym* phonie, de symphonische Dichtungen, de b*moll Sonate, de Fausfrsymphonie, de Dante*symphonie, de Graner*Messe, de Psalmen. Het is Carolyne, die hem voortdurend in geestdrift brengt voor zijn plannen en zijn werk. Vooral aan „Dante" en „Faust" neemt zij deel. „Heer, het onbegrijpelijkste van al uw Mysteriën is het geluk1", schrijft Liszt in 1850. Hiermede vat hij in één zinsnede zijn geheele jubelende zielestaat van die dagen samen.

Helaas, dat in het leven het volmaakte niet aanhoudt, Liszt zal het in zijn latere jaren met smart ondervinden. Innig verbindt hen beiden aanvankelijk nog het leed om de intrigues, die zich rond Carolyne's kerkelijke scheiding van haar Russischen echt* genoot spinnen. Het zoo vurig verlangde huwelijk met Carolyne wordt door het noodlot, in den vorm van een pauselijk bevel, nog op het laatste oogenblik verhinderd, als de kerk te Rome reeds met bloemen is versierd en den volgenden dag de trouw* plichtigheid zal plaats hebben. Dan doet Carolyne, geloovend in den wil van den Schepper, dat dit huwelijk niet voor haar bestemd is, afstand.

Over de beweegredenen van dit afstand doen loopen de meest verschillende vooi^ellingen. Sommigen meenen, dat het Liszt zelf is geweest, dié dit huwelijk ten slotte niet heeft gewild. Maar dit is onwaarschijnlijk, daar Liszt later nog meermalen op deze mislukking zinspeelt als een feit, waarbij hij zich nimmer geheel kon neerleggen, o. a. wanneer de dood van vorst Witt* genstein Carolyne geheel vrij maakt.

Beiden wijden zich aan een leven voor God, Liszt neemt het abbé*costuum aan, Carolyne Wittgenstein trekt zich terug op haar kamers te Rome, waar zij zich begraaft tusschen boeken en bij kaarslicht, onder het rooken van haar zware Havana* sigaren, de 24 deelen schrijft van haar groote werk „Des causes intérieures de la faiblesse extérieure de 1'EgHse", dat nog eenige maanden voor haar dood gereed komt. Liszt heeft onder deze afzondering geleden en onder haar veranderde gevoelens voor hem, dien zij luiheid, onstandvastigheid, gebrek aan geloof ver*

89

Sluiten