Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het licht van diens genius was opgegaan." Liszt's ideaal van een universeel kunstwerk, dat hem reeds met het Dante*diorama voor oogen had gestaan, en Wagner's ideaal van het „Gesammt* kunstwerk" van muziek, dramatiek en literatuur, hadden elkaar gevonden. *) Het werd het begin van de vriendschap. Wagner gaf gevolg aan Liszt's uitnoodiging den zomer van hetzelfde jaar op den Altenburg te komen en Liszt maakte plannen om de Tannhauser in de hofopera te geven. Wagner is opgetogen: „Ik, die zonder een tehuis was, vond hier een tehuis voor mijn kunst." Liszt schreef voor die gelegenheid een artikel, waarover Wagner weer uitbundige woorden uit: „Wat heb je daar ge* daan? Je hebt den menschen mijn opera willen beschrijven en in plaats daarvan heb je een waar kunstwerk te voorschijn ge* bracht." De opvoering had in Februari 1849 plaats, doch Wagner kon wegens zijn verplichtingen te Dresden niet overkomen. Hij zou echter spoediger in Weimar zijn dan hij had gedacht. Reeds in Mei klopte hij met zijn vrouw bij Liszt aan, als vluchteling en in het geheim: de politie zocht een revolutionair Wagner «van middelmatige grootte, blond haar, rossige bakkebaarden en met een bril," die bij.de in Dresden uitgebroken revolutie de klokken voor het oproer had geluid. De Groothertogelijke regeering van Weimar liet het verblijf van Wagner oogluikend toe, op voor* waarde, dat hij spoedig vertrok, en Wagner begaf zifch naar Zwitserland en vandaar naar Parijs. Liszt zette inmiddels zijn pionierswerk onverminderd voort. In 1850 komt „Lohengrm" tot opvoering, in 1853 de „Fliegende Hollander". In 1855 gaat Liszt op verzoek van Wagner zelf naar Berlijn om de Tann* heuser in te studeeren. Liszt ziet de oppositie wel dreigen, doch: „Wat ook komen moge, ik zal probeeren mijn plicht te doen." Liszt en vorstin Wittgenstein werken beiden naar krachten voor Wagner en Wagner van zijn kant put zich uit in termen van dankbaarheid: „Wenn ich Dir, Franz, mein Liebesverhëltnis zu Dir beschreiben konnteV', doch vraagt geld, steeds weer geld: hij kan niet scheppen zonder comfort om zich heen. Liszt steunt hem financieel naar in zijn vermogen is. Hij zegt later: „Ik, die voor mij zeff nooit iets héb gevraagd, heb bij de menschen voor Wagner gebedeld." Wagner beklaagt zich, geen goede piano te hebben en vraagt Liszt op afbetaling om een Erardvleugel. Natuurlijk schenkt deze hem zulk een instrument en zelfs twee.

*) In dit verband moet gewezen op de te algemeen verbreide voorstelling als zou Liszt de vernieuwende ideeën in zijn muziek alleen aan den invloed van Wagner danken; integendeel is het Juist Liszt geweest, die Wagner in de vernieuwingen zoowel der harmoniek als der instrumentale techniek is voorgegaan en Wagner heeft toegegeven, wat hij de studie van Liszt's orkestpartituren dankt. Seidl wijst er terecht op, dat tusschen „Lohengrin" en „Tristan" Liszfs Symphonische Dichtungen liggen.

102

Sluiten