Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIV.

Van de „Galop chromatique" naar hef Ave Maria.

Voorjaar 1865 heeft Liszt eindelijk den stap gedaan, waarvan de omstandigheden hem tot nog toe afhielden: hij gaat over naar den priesterstand; hij ontvangt de kerkelijke mindere Orden, die hem het recht geven op het clericaal kleed: hij wordt abbé.

Men heeft over het algemeen aangaande Liszt's „priester* schap" een onklare opvatting en meent dat hij een veel te wereldsch geestelijke is geweest, die het met zijn kerkelijke ver* phchtingen niet al te nauw nam. Sommigen glimlachen boos* aardig om dezen abbé, die nog altijd van vriendinnen omringd ging, van wien men zelfs in zijn hoogen ouderdom nog de on* waarschijnlijkste liefdesaffaires vertelde en die muzikale para* phrasen componeerde op de „Jonglerie indienne" uit Meyer* beer's „Africaine". Wat komt er op deze wijze terecht van een ernstig leven van brevierlezen, meditatie en afzondering? Chan* tavoine ziet onder Liszt's abbérok nog den Hongaarschen eere* sabel hangen! Maar de vrijheden, die Liszt zich veroorloofde, waren hem als abbé toegestaan: „Abbé," zegt de Jezuiet Awers* donk in Studiën, Jaargang 1917, „beteekcnt niet alleen priester of abt, doch deze naam voert elke geestelijke van lageren rang dan priester, mits hij door eenige wijding opgenomen zij onder het getal der clerici."

Liszt was derhalve geen „priester", hij behield zijn vrijheid in de wereld, hij droeg het abbécostuum en hield zich aan de overi* gens weinig omvattende voorschriften (het brevier lezen was niet eens verplichtend en Liszt beoefende het uit vrijen wil). Zijn rang en kleedij zouden hem, op raad van paus Pius IX voortaan een gemakkelijke verontschuldiging zijn voor zijn wegblijven uit „gevaarlijke kringen". Overigens beteekende de overgang tot de Kerk geen „breuk met het wezenlijke deel van

105

Sluiten