Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenigszins cynisch tegenover haar mededeelingen te staan. Göllerich's en Gottschalg's berichten dekken in de feitelijkheden elkaar vrijwel: \

Op de terugreis van Luxemburg naar Bayreuth had Liszt, reeds koortsig en met gezwollen voeten op reis gegaan, opnieuw zware koude gevat, doordat medereizigers weigerden des nachts het venster van de spoorcoupé te sluiten. Ondanks zijn onge* steldheid en tegen het verbod van zijn dokter, ging hij, te Bay* reuth aangekomen, naar de voorstelling van Wagner's Parsifal in het Festspielhaus: „Cosima wenscht hei, ik heb beloofd te komen, dus ga ik." Het was een ongetwijfeld ridderlijke geste, waarmede Liszt zich voor de zaak van Wagner, die met Wagner's dood een crisis doorleefde, door zijn tegenwoordig» heid op de bres wilde stellen. Den volgenden dag bezocht Liszt ook de Tristansvoorstelhng. De klanken van Isolde's Liebestod zouden de laatste zijn, die Liszt hoorde. Hij zat bij het begin der voorstelling vooraan in zijn loge, zijn prachtige kop met het zilvergrijze haar zichtbaar voor iedereen, later trok hij zich in de donkerte van zijn loge terug en sluimerde in. Doch bij het slot van ieder bedrijf ontwaakte hij, kwam naar voren en gaf luid applaudiseerend het bijvalsteeken. Geheel uitgeput keerde Liszt naar zijn kamers terug, die, tot bevreemding van zijn ver* éérders, niet in Villa Wahnfried zelf waren, maar in een verderop gelegen rumoerig huis in de Siegfriedstrasse. Volgens Cosima wilde hij toen nog naar de tweede Parsifal*voorstelling gaan: Mijn paletot, ik wil naar Parsifal, zou hij hebben uitge* roepen. „Hij werd zeer slecht verpleegd," zegt Gottschalg, „ja, men verheimelijkte zelfs, om de feestelijkheden niet te storen, zijn ziekte. Liszt was tijdens zijn ziekte vrijwel aan zichzelf overgelaten. Toen hij een glas Selterswasser wilde hebben en niemand kwam, stond hij op, om het zelf te halen en brak daarbij een ruit van zijn kamer; de koude nachtlucht stroomde het ziekenvertrek binnen." Longontsteking trad op, een dein mm begon. De dokters vonden Liszt in zijn geheele lengte, en ijs* koud, dwars over zijn bed heenliggen. De pols was uiterst zwak geworden; men gaf hem daarom injecties in de hartstreek. Den 31sten Juli kwart over elven in den nacht stierf Liszt, luid steu* nend en zonder de laatste sacramenten te hebben ontvangen. Zijn laatste woord was, zegt men, „Tristan"; maar dit is wel een Wagneriaansche vinding, want zelfs Cosima, die in haar „Ge* denkblatt" Liszt's laatste woorden opteekent en het zeker zou genoteerd hebben, vermeldt het niet. Zijn laatste blik in het leven werd door de dokters met de zilveren kandelabers rondom het ziekbed naar het graf voorgelicht.

Er worden nog meer pijnlijke bijzonderheden verteld, doch

Liszt. 8

113

Sluiten