Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17

zij door verkoop, hetzij door usurpatie, vorsten en groote heeren zich den eigendom dezer gronden hebben weten te verwerven en het eigendomsrecht der landelijke bevolking tot gebruiksrecht hebben doen worden" l).

Tot bewijs daarvoor worden aangevoerd mededeelingen van Caesar en Tacitus, oorkonden uit de 7de en 8ste eeuw en enkele „leges barbarorum'*.

De uitmuntende historicus Fustel de Coulanges heeft echter aangetoond 2), dat uit de evengenoemde bronnen geen bewijs voor gemeenschappelijken eigendom kan worden geput en dat, waar in die en dergelijke stukken, o.a. uit den Frankischen tijd over communia gesproken wordt, daarmede bedoeld worden gemeenschappelijk gebruikte gronden, die echter aan één eigenaar toebehooren. Pas uit de 12de eeuw zijn er, volgens hem, teksten bekend, die voor collectieven eigendom getuigen. Nu geeft Fustel grif toe, dat waarschijnlijk reeds vroeger die collectieve eigendom bestond en zich wellicht uit de primitieve nederzettingen heeft ontwikkeld.

Voor de Germaansche stammen wordt dit dan ook meestal aangenomen.

Roessingh meent in zijn omvangrijk proefschrift 3) uit Caesar's opmerkingen te mogen besluiten, dat er volkscommunisme was, wat betreft de bouwgronden, hetwelk echter bij het begin onzer jaartelling zou zijn verdwenen, omreden Tacitus het niet meer vermeldt.

Uit de documenten, ouder dan de 12de eeuw, volgt nergens, dat de boeren gemeenschappelijken eigendom hadden ; wel staat vast, dat de gemeenschappelijke dorpsgronden — communaux de village — in dien tijd, evenals ook later, in vele gevallen tot het einde der 18de eeuw, de eigendom waren der vorsten en grondheeren, en dat de dorpelingen er slechts het gemeenschappelijk gebruiksrecht op hadden 4). Men moet zich dus vooral wachten te beweren, zooals E. de Laveleye 5) doet, dat alle grond oorspronkelijk in gemeenschappelijken eigendom geweest is.

1) de Blécourt Mr. A. S. Aanteekeningen over Marken, in Tijdschrift voor Beehtsgeschiedenis 1918-M9. bldz. 315.

2) Fustel de Coulanges. Becherehes sur quelques problèmes d'histoire Paris 1885, bldz. 141, 149 e.v.

3) Het gebruik en bezit van den grond bij Germanen en Celten, bldz. 126 e.v. Groningen 1915.

4) De Blécourt. bldz. 314 e.v.

5) Laveleye, de E. De la propriété et de ses formes primitives. Paris 189L

2

Sluiten