Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33

gebruiksrechten of het „domaine utile" toekwam aan de bewoners % Ofschoon dit zeker wel de verhoudingen ongeveer weergeeft, betwijfel ik toch of men van een eigendom der dorpsgemeenschap mag spreken. In 't algemeen meen ik, dat de grondheer de werkelijke eigenaar was der communaux al reduceerden de gebruiksrechten de beteekenis daarvan ook zeer.

Titel 25 der „ordonnance des eaux et forêts" van 1669 stelde zich op het standpunt, dat de „seigneurs" de eigenaren waren der communaux en de inwoners slechts gebruiksrechten hadden 2).

Deze ordonnance erkende het „droit de triage" d. w. z. het recht der grondheeren de communaux te verdeelen, zoodat zij Va (soms meer, soms minder) en de gebruiksgerechtigden de rest in vollen eigendom verkregen. De seigneurs hadden zich dit recht reeds lang aangematigd en het werd nu beperkt tot gevallen, waarin gronden gratis waren afgestaan.

De wetgeving der Fransche Revolutie beschouwde daarentegen de inwoners als eigenaren, de seigneurs als „usurpateurs".

We mogen bij de waardeering van zulk een verandering van inzicht, zeker de verandering in de sociale en politieke constellatie van Frankrijk niet uit het oog verliezen, maar toch was de grondslag er van gelegen in de feitelijke verhoudingen ten plattelande. De Fransche Revolutie, die de gemeente tot eigenaar maakte, bevestigde daardoor en legde in de wet vast een sinds lang gegroeiden toestand. De gebruiksgerechtigde was langzamerhand de feitelijke eigenaar geworden, de oppereigendom werd beschouwd als 'n soort hinderlijk servituut. „Le domaine utile avait vaincu le domaine direct", volgens Du Moulin 3). Tot dan toe had de traditie een eigendomsrecht gehandhaafd, dat in vele opzichten slechts fictie was. De wetten der Constituante en Législative brachten de maatschappelijke instellingen weer in overeenstemming met de maatschappij zelf.

Voordat het zoover gekomen was is er in Frankrijk veel strijd gevoerd over de communaux tusschen de seigneurs en de dorpelingen 4).

1) Latruffe-'Montmeylian l.c.

2) Bivière, Armand. Histoire des biens communaux en France, depuis leur origine jusqu'a la fin du XIII siècle, Tours 1856, geciteerd door de Blécourt. bldz. 325.

3) Commentaire sur la coutume de Paris. Geciteerd door de Blécourt.

4) Zie voor het volgende vooral Bourgin: Les communaux et la révolution francaise in „Nouvelle revue historique de droit francais et étranger". Paris. Jrg. 1908. bldz. 690 e.v.

3

Sluiten