Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

56

hoeven bebouwd, die tegen cijns werden uitgegeven. Waarschijnlijk liet ze ook de hoorigen, die zij bij aanvaarding van dit gebied vond, vrij of veranderde ze in cijnsplichtigen, want na dien tijd is geen spoor van hoorigheid meer te vinden. Kloosters en kerken gaven hierin steeds het voorbeeld %

Stuk voor stuk werden de beste, maar vooral de bestgelegen gronden „aangegraven" en met een wal of heg omringd. Dat was noodzakelijk, want volgens vele landrechten, o.a. dat van Kessel, had de bezitter van niet door wallen en sloten omgeven landerijen geen recht op schadevergoeding, als vreemd vee de vruchten erop verwoestte. Daarin ligt de oorsprong van de vele „kampen", d. z. met wallen omgeven landerijen van verschillende grootte, maar zelden grooter dan een paar H.A., die behooren bij boerderijen of in eigendom zijn bij weinige families, waaronder ze door erfenis geraakt zijn. Zulke wallen, soms 2 a 3 M. breed, met hakhout begroeid en aan weerszijden voorzien van een sloot, waaruit ze werden opgeworpen, vonden we tot voor kort in deze streken, uitgezonderd op de hooge velden, algemeen. Eerst in deze eeuw is men onder den invloed van gewijzigde economische omstandigheden (meer intensieve landbouw, ander brandmateriaal) die wallen gaan slechten, wat beduidende aanwinst aan cultuurgrond geeft. Merkwaardig is het, hoe die kampen, soms ook heele boerderijen, hier en daar aangetroffen worden te midden van woesten heidegrond, zelfs geheel omsloten door dorre zandheuvels. Het gebeurde ook wel, dat zulke ontgonnen landerijen weer aan hun lot werden overgelaten in slechte tijden. De gronden kwamen dan weer aan het gemeenschappelijk gebruik of aan de gemeente terug. Zoo werd er in Venray, voor eenige jaren een complex grond verkocht, waarop de wallen nog duidelijk zichtbaar waren en die omstreeks 1800 waren blijven liggen.

Vaak werden ook gemeyntegronden zonder meer in gebruik genomen en toegeëigend. Dat gebeurde hoofdzakelijk door arme menschen, die er een hutje bouwden en langzaam er omheen ontgonnen. Na de invoering van het kadaster ging dat natuurlijk niet makkelijk meer; toch zijn er ook voorbeelden uit lateren tijd bekend.

Volgens Dr. H. Blink *) namen van de zestiende tot de negentiende eeuw de ontginningen geen groote vlucht. Gebrek aan

1) Henrichs L. bldz. 18.

2) Deel II. bldz. 140.

Sluiten