Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

69

van Cavenne lezen we: „het droogleggen van eenige moerassen, de ontginning en de bebossching van onmetelijke hoeveelheden heide zijn nieuwe bronnen van openbare welvaart, die men gemakkelijk kan aanboren; maar er dient opgemerkt, dat bijna al deze terreinen behooren aan gemeenten, die het volstrekt niet eens zijn over hare grenzen, die zich overigens verzetten tegen cultiveering en tegen verkoop. Daaruit volgt, dat niemand het goede voorbeeld kan geven en dat de overigheid moet medewerken om in dit opzicht te slagen."

Hoewel in 1825 *) de lage prijzen nog als beletsel genoemd worden, waren toen de verkoopingen toch reeds talrijker, waarmede natuurlijk meerdere ontginning gepaard ging.

Zoo zegt het „Annuaire de la province de Limbourg" van 1824 2), dat „de moeilijkheden, die in 1802 aan het ontginnen der Kempensche heidevelden in den weg stonden, verdwenen zijn, tenminste voor een groot deel. De gemeenten zijn genoodzaakt geweest de gemeentegronden te verkoopen en ofschoon deze beweging nog jong is, zijn toch reeds op ontzaggelijke terreinen, nuttige gewassen in de plaats der dorre heide gekomen. Men kan voorspellen, dat, als men zoo doorgaat, dit voor de provincie in het bijzonder en voor den Staat in het algemeen onmetelijke voordeelen zal brengen in zooverre men in de toekomst het grootste deel van het hout, dat men thans uit den vreemde moet aanvoeren, hier zal kunnen winnen."

Tengevolge der onzekere tijden, gepaard met hooge arbeidsloonen (de stijging tengevolge van den oorlog bedroeg zelfs 100%) kwam er na 1830 een stilstand. Zandboerderijtjes werden zelfs verlaten.

Reeds in 1835 kwam er weer opleving, doordat een wetsontwerp op ontginning was ingediend. Tevens gingen toen vele gemeenten over tot verkoop om aan 's-Konings wensch, dat de gemeenteschulden zooveel mogelijk zouden worden afgelost, te kunnen voldoen.

Eindelijk komt 6 Juni 1840 (S. 17) de lang verwachte wet omtrent den vrijdom van lasten, ter zake van landontginningen en landverbeteringen. De novale tienden worden afgeschaft; de vrijdommen van belasting worden echter minder, dan die bij de wet van 1809 toegekend; daarbij komen nu nog lastige forma-

1) Deze en vele der volgende gegevens zijn ontleend aan de Staten, later de Verslagen van den landbouw.

2) bldz. 112.

Sluiten