Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

87

gewoonlijk groeide uit de schamele hut een behoorlijk zandboerderijtje.

Een van de ergste hinderpalen om op die wijze den geweldigen landhonger te stillen, was in deze armoedige streken het gebrek aan geld. Zelfs op grootere bedrijven was dit uiterst schaarsch. De producten der boerderij werden bij den handelaar of dorpswinkelier ingeruild voor de onmisbare benoodigdheden der huishouding. Dat daarbij niet veel klinkende munt overschoot voor het arme boertje, daarvoor zorgden heel vaak die zakenmenschen, niet zeiden gebruik makend van een bedenkelijke handelsmoraal. Op de dorpen zijn nu nog de families aan te wijzen, die daaruit haar fortuin en ook wel een aanzienlijk grondbezit wisten op te bouwen.

De industrie bracht hier uitkomst. Nergens werd dit sprekender geïllustreerd dan in de dorpen rond de Peel, toen daar de vervening en de er mede samenhangende bedrijven welvaart brachten.

Bij acte van 2 Juli 1853 kochten de gebroeders Van de Qriendt, de pioniers der verveningen en ontginningen in de Peel, van de gemeente Deurne 610 H.A. hoogveen. In 1856 werd de „Maatschappij tot ontginning en vervening der Peel, genaamd Helenaveen" opgericht. Er werd spoedig nog 300 H.A. van de gemeente Horst bijgekocht en later in 1913 nog 140 H.A. van de gemeente Helden en in 1918 600 H.A. van Sevenum.

Behalve dat deze gronden voor boekweitcultuur, die toentertijd alom in de Peel werd bedreven, werden aangewend, verturfde men aanvankelijk gewoon en ontstond er ongeveer 250 H.A. goede dalgrond, waarop kleine tuinderijen en boerderijen (20—40 H.A.) werden gesticht. Omstreeks 1880 bloeide de turfstrooiselindustrie op en omdat nu het geheele jaar door kon worden gewerkt, bleef de ontginning achterwege. Zelfs werd deze ook voor de toekomst zeer bemoeilijkt, doordat de z.g. bolster mede werd vermalen. Later is er weer ontgonnen, zoodat nu ongeveer 500 H.A. verpacht is. Hier ontstond het dorp Helenaveen op Deurnesch grondgebied.

Meer noordelijk werd in 1885 van de gemeente Horst 410 H.A. veengrond gekocht en een jaar of tien later nog 700 H.A. gepacht tegen een prijs van ƒ 4,— per jaar en per bunder en voor den tijd van 50 jaar met 50 optiejaren, met het recht om het bovenveen af te graven voor turf strooisel. In 1899 splitste zich hier de Maatschappij „Qriendtsveen" af, die in 1906 werd om-

Sluiten