Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88

gezet in de „Maatschappij Van de Qriendt's Landexploitatie" Ook hier heeft de turfstrooisel- en later nog de briquettenfabricage gebloeid. Op de gekochte gronden is ongeveer 100 H.A. ontgonnen, waarop vijftien gemengde land- en tuinbouwbedrijven verpacht zijn. In de jaren 1910—'15 werd ongeveer 400 H.A., met groote kosten, ontgonnen op de gepachte gronden. Aanvankelijk werd er met succes rogge en haver verbouwd, later is het grootste gedeelte in gras gelegd. Hier is midden in de Peel het dorp Qriendtsveen ontstaan.

Ook de gemeente Deurne stichtte op hare uitgestrekte turfgronden een veenbedrijf, dat thans nog in werking is. Er is weinig ontgonnen wegens onvoldoende afwatering; slechts een vijftal tuinderijtjes ontstonden er op de verveende gronden.

Het geheel overziende kan men constateeren, dat de hoogveenexploitatie in de Peel zoowel aan de gemeenten als aan de bevolking en ook aan de exploitanten goede winsten heeft geleverd. De ontginning der vergraven gronden had echter veel grooter afmetingen kunnen aannemen. Het directe voordeel der turfstrooiselfabricage, waarvoor men den voor dalgrond-ontginning haast onmisbaren bolster afgroef en de onmogelijkheid van voldoende afwatering zonder kostbare werken, waardoor totale uitvening veelal verhinderd werd, hebben de dalgrondcultuur hier tegengehouden.

We zullen ons niet wagen aan een oordeel over de gevolgde wijze van exploitatie dezer hoogveengronden; we stipten de groote lijnen slechts aan om den terugslag op de ontginning in de omliggende dorpen in een duidelijker licht te doen zien.

De menschen rond die veenkoloniën, die in den slappen tijd als werkloozen voor 40 cent per dag werk vonden bij den aanleg van gemeentebosschen keken verbaasd op, toen hun in de tachtiger jaren ƒ 1.— geboden werd bij de turfgraverij en turfstrooiselfabricage. Honderden arbeiders vormden zich daarmede een spaarpotje, dat besteed werd voor den aankoop van een lapje heide (de prijs was ongeveer ƒ 40,— per H.A.) en het bouwen eener eigen woning. In den vrijen tijd werd steeds verder ontgonnen. Van één geit kwam men tot twee of drie om dan een koetje aan te schaffen. De fortuinlijksten brachten het weldra tot een paard. Het is onbeschrijfelijk met welk een ambitie en volharding hier gewerkt werd. Menschen, die met hart en ziel hingen aan het boerenbedrijf, die steeds gedroomd hadden van een eigen plaatsje met geringe kans op slagen, werkten nu op

Sluiten