Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

99

slissingen over verkoop te treffen, dan na ingewonnen advies van het Staatsboschbeheer. Toen het voorstel tot bebossching van woeste gemeentegronden bij de Staatsbegrooting 1907 was aangenomen en deze bij Koninklijk besluit van 27 Juli 1907 geregeld was, richtten zij 28 Nov. 1907 een rondschrijijven aan de gemeentebesturen *). We laten er hier het een en ander uit volgen om zijn belangrijkheid inzake gemeentelijke grondpolitiek en ontginning:

„Ten aanzien onzer medewerking, waarop de Regeering re„kent, merken wij op, dat deze zich o.a. zal doen kennen in „een voortgezet streven om den verkoop van gronden, die de „gemeente zelf met voordeel zal kunnen ontginnen, tegen te „gaan.

„Van nabij zijn ons bekend de goede vruchten, die in vele „gemeenten de ontginning van gemeentegronden afwerpt voor „de gemeentekas en voor de bevolking. De verkoop van gron„den in vroeger tijd, waarvan de koopsom niets of weinig heeft „achtergelaten, dat een bron is gebleven van inkomsten of voordeel voor de gemeenten, wordt in meerdere gevallen betreurd.

„Vooral in den laatsten tijd heeft de Nederlandsche Heidemaatschappij veler oogen geopend voor de voordeelen, die „rationeele ontginning van woeste gronden kan opleveren.

„Van ontginning wordt dientengevolge meer werk gemaakt „door de gemeenten, maar ook door particulieren, die zich meer„malen tot de gemeente wenden met aanvragen om aankoop „van groote stukken voor ontginning.

„Het is aan meerdere gemeentebesturen bekend, dat raadsbesluiten tot inwilliging van die aanvragen bij ons stuiten op „bezwaar, wanneer blijkt, dat de ontginning door de gemeente „zelf meer voordeel voor de gemeente in uitzicht stelt, waarbij „wij nog in aanmerking kunnen nemen dat eigen ontginning het „gemeentebestuur in staat stelt werkverschaffing het meest in „overeenstemming met het plaatselijk belang te regelen.

„De provinciale verslagen der laatste jaren toonen aan, dat „wij meer dan eens aan besluiten tot verkoop van grond in het „groot aan particulieren, waarop de gemeente na onze vertoo„gen daartegen niet terugkwam, de door de wet vereischte goedkeuring hebben onthouden.

„In meerdere mate dan vroeger mogen wij het belang der

1) Deckers Dr. L. De landbouwers v. d. Noord-Brabantschen zandgrond bldz. 11.

Sluiten