Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

ontwatering en wegenaanleg lieten wel eens te wenschen over evenals, in het begin, de ontginningstechniek.

Uit een sociaal oogpunt is deze vorm van ontginning zeer toe te juichen, omdat hij honderden kleine boeren en landarbeiders gelegenheid bood zich omhoog te werken. Men moet het streven dier menschen met eigen oogen gezien hebben en de liefde voor hun grond kennen om dien factor op volle waarde te kunnen schatten. Zeer aardig vond ik dat beschreven in een Belgisch werkje over heiderontginning x): „De landbouwwerkman (en keuterboer) eens aan het hoofd geplaatst van een kleine boerderij, denkt om niets anders meer dan om den bloei van zijn bedrijf en met al zijn macht zal hij er naar streven dit uit te breiden; eigenaar van één koe, droomt hij van een tweede; hij wordt vatbaar voor de gedachten van samenwerking en onderlingen bijstand en zijn geestestoestand verheft zich spoedig. Hij telt stuiver voor stuiver het geld, dat hij spaart, en sparen vergt van hem nu matigheid. Geen werk ontziet hij, en eens zijn dagtaak ten einde, ontgint hij voor eigen rekening. Hier is alles voor hem zuivere winst en rijkdom, enkel door zijn arbeid voortgebracht. Voor den grondeigenaar, die dezelfde ontginning wil uitvoeren, vertegenwoordigt elke arbeid, elke verovering op de heide of het moeras een aanzienlijke uitgave; voor den kleinen landbouwer integendeel, ligt de bron van meerwaarde in zijn spaarzaamheid en in een grootere krachtsinspanning, welke anders niet zou worden aangewend."

Al worden op deze wijze niet snel groote hoeveelheden cultuurgrond gewonnen, toch is deze vorm van ontginning m. i. van de grootste beteekenis, juist om zijn economische en sociale waarde.

In Limburg is op die wijze ook werkelijk veel ontgonnen. Cijfers daaromtrent zijn moeilijk te geven, maar ik herinner nog eens aan de honderden hectaren heidegrond, die in kleine perceeltjes verpacht werden alleen al in de gemeente Horst en die geheel op die manier ontgonnen zijn. In het begin werd hoofdzakelijk ontgonnen tot grasland, waaraan groot gebrek was; later ook veel tot bouwland. De oorlogstoestand maakte er een einde aan, maar de goede en goedgelegen gronden waren toen ook haast verdwenen. In Noord-Brabant, waar deze wijze van ontginnen zoowat tot graslandaanleg beperkt bleef, was zij van veel minder beteekenis. Dat moet wel hoofdzakelijk hieraan wor-

1) Bareel L. Heide-ontginning. Ninove. 1912. bldz. 8.

Sluiten