Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

116

Als oorzaken van de mislukkingen kunnen we noemen, dat er weinig-geschikte gronden onder den ploeg genomen werden, dat de bedrijfsleiding niet in bekwame handen was, dat vreemde arbeidskrachten te duur werden en niet zelden onbetrouwbaar werk leverden, dat de gebouwen te grootsch werden opgezet, welke laatste fout zoo schitterend vermeden was door den grooten leermeester Van Ophoven. Het kapitaal verdween op zulke luxueus opgezette ondernemingen als in een bodemloos vat en zelfs al hield de grondwaardestijging daarmee gelijken tred, dan schoot toch soms de financieele draagkracht der ondernemers te kort. De weinige uitzonderingen op de zeer dankbare gronden daargelaten moet aan dit soort ontginningen als economisch bedrijf het bestaansrecht ontzegd worden.

Desniettemin waren ze voor de streek gewoonlijk van groote waarde.

Invloed der ontginning op den landbouw.

Deze groote ontginningen, die veelal onder de leiding der Heide-maatschappij ontstonden en niet zelden ook geëxploiteerd werden, waren vaak modelbedrijven en werden zoodoende voorbeelden voor het ontginningswezen.

Als leerschool voor deskundigen en boeren-ontginners werden ze van onberekenbare economische beteekenis, niet alleen wat de techniek aangaat, maar op het geheele gebied van den landbouw en de veeteelt. Die groot-bedrijven, in een streek waar deze zoo zeldzaam waren, ja waar in heele dorpen geen bedrijf boven de 25 HA. gevonden werd, voerden er de moderne landbouwmachinerieën in, kochten veredeld zaai- en pootgoed, verbeterden den veestapel.

Uit den aard der zaak verloren ze aan beteekenis, naarmate hun voorbeeld meer leering gaf, vooral, toen hun de gewenschte ontplooiing bemoeilijkt werd door financieele moeilijkheden.

Zelfs als vele groot-ontginningen spoedig onbestaanbaar bleken en financieele debacles werden voor de ondernemers, van w ien er meer dan één geruïneerd werd, kan men nog niet zeggen, dat dit ook een verlies voor de maatschappij beteekende. Als er maar niet te ondeskundig gewerkt werd of op te ondankbaren grond, dan is het kapitaal niet als verloren te beschouwen. Het is den bodem ten goede gekomen en als nu daarop, wat we vaak zien gebeuren, kleinere boerderijen ontstaan, die er veel ruimer kans van slagen bieden dan op woeste gronden, dan is het „verloren" kapitaal voor de maatschappij gered, althans gedeeltelijk.

Sluiten