Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

130

lijkt mij aanbevelenswaardig. Kaphout, dunsel e.d. worden dan zeer economisch aangewend voor boerengebruik. In de voortdurende behoefte in het land- en tuinbouwbedrijf aan allerlei hout voor afrastering van weiden, boonen- en frambozenstaken, erwtenrijs, hulpgebouwtjes, brandhout enz. wordt zoodoende zeer goedkoop voorzien, wat m. i. wel opweegt tegen het nadeel eener minder doelmatige exploitatie.

Waar de gemeente om de een of andere reden niet wenscht over te gaan tot bebossching van daarvoor geschikte gronden zou verkoop aan den staat toe te juichen zijn. In het belang van het nationale boschbezit gaan daarvoor den laatsten tijd, wel stemmen op.

Op bebossching door de gemeente zelf, de rijksvoorschotten en het Staatsboschbeheer zullen we in het volgende hoofdstuk nog terugkomen.

b) Verkoop van de gronden onder b) genoemd is in het algemeen wel in het belang van den landbouw, maar het gemeentebelang komt er vaak mede in strijd. Van alle zijden moeten beider belangen gewikt en gewogen worden. Ofschoon in den regel verkoop van grond niet is aan te raden, zijn toch de uitzonderingen talrijk. Zoo is het gewenscht over te gaan tot verkoop van gronden, die anders voorloopig niet tot ontginning kunnen worden gebracht, wegens te groote uitgestrektheid, afgelegen ligging of geringe ontginningslust van de boeren uit den omtrek. Ook verkoop van verspreid liggende, kleine stukken is aan te raden. Voor gemeenten met groot woeste-grondbezit is verkoop van een gedeelte daarvan vaak het beste middel om kapitaal te verkrijgen voor grondverbetering, afwatering, wegenaanleg en verkaveling.

Het blijkt steeds meer, dat, wanneer op die manier tegemoet gekomen is aan het particulier initiatief, dit zelf zijn weg wel vindt. Eenige faciliteiten van gemeentewege, als het verleenen van gemakkelijke betalingsvoorwaarden en desgewenscht het verstrekken van hypotheek zijn daaraan ook bevorderlijk. Die methode wordt in de laatste jaren meer en meer gevolgd door de gemeenten, die nog groote complexen voor ontginning geschikte gronden bezitten, zooals Venraü, Someren en de noordelijke PeeJgemeenten. Men dient er voor te waken, dat niet door stelselloos verkoopen de prijzen gedrukt worden en speculatie of lichtvaardig ontginnen van te groote stukken in de hand wordt

Sluiten