Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

131

gewerkt. Gewoonlijk verkoopt men slechts tegen getaxeerde waarde, waarbij men let op de geschiktheid van den kooper en niet zelden ook de verplichting oplegt om binnen zekeren tijd te ontginnen of een woning te bouwen.

In den laatsten tijd neemt deze wijze van verkoop zeer sterk toe en Ged. Staten maken geen bezwaar, mits de ontginning maar bevorderd wordt.

Voor het stichten van plaatsjes in den zin der landarbeiderswet wordt ook wel gemeentegrond verkocht. Uiteraard geschiedt dit niet in het groot en moet men voorzichtigheid betrachten bij het nederzetten van weinig kapitaalkrachtige menschen op niet of pas ontgonnen grond.

Waar in Limburg vele gronden verpacht zijn op langen termijn, 40—50 jaar en de pachters tot stichting eener boerderij op die gronden wenschen over te gaan, maken Ged. Staten geen bezwaar daartoe een paar hectaren aan den pachter te verkoopen.

De genoemde zijn de gewone gevallen waarin verkoop door Ged. Staten wordt toegestaan. Daarnaast zijn er zeker meer uitzonderingsgevallen mogelijk, waarin verkoop de voorkeur verdient boven verpachting of eigen exploitatie.

Zoo zal de gezindheid der boerenbevolking mede beslissen of verkoop dan wel verpachting moet worden toegepast. In de eene gemeente zijn de boeren absoluut niet genegen het grooter risico te dragen, dat koop medebrengt, terwijl gaarne de lage pachten besteed worden. Elders voelt men niets voor pacht maar zijn er wel liefhebbers om te koopen. Ook zijn er plaatsen, waar de eigen bevolking zoo goed als met ontgint, doch vreemdelingen gaarne koopen.

Hoewel in het algemeen, uit landbouwkundig en sociaal oogpunt verkoop te prefereeren is, zoowel voor uitbreiding van boerenbedrijven als voor stichting van nieuwe, vooral kleinere, waar zooveel vraag naar is, mag daaraan het gemeentebelang, met name de financieele gemeentepolitiek,, niet worden opgeofferd. Zonder meer mag de gemeenschap zich de grondwaardestijging of eventueele exploitatiewinst niet laten ontgaan. Daarbij komt, dat eene belegging in onroerend goed voor de gemeenten het veiligst is. Het bezit van contanten voert gemakkelijk tot meerdere uitgaven. Zelfs belegging in effecten is minder zeker; in malaisetijden worden die eerder aangetast. De onzekerheid wordt nog verhoogd door de telkens wisselende gemeentebe-

Sluiten