Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

134

tingen gehouden van kleinere, een enkele maal ook grootere perceelen, die uitgezet werden op de beste en bestgelegen gronden; zonder acht te geven op een doelmatige verkaveling.

Spoedig echter zag men het verkeerde daarvan in. De gemeente bleef ten slotte met de slechtste en geheel verspreid liggende gronden zitten. Van wegen en waterlossingen kwam gewoonlijk niet veel terecht, tenminste als de pachtcomplexen niet zoo groot waren, dat de ontginners zelf daarvoor behoorlijk konden zorgen.

Toen gingen de gemeenten er vaak toe over eerst wegen en wateriossingen aan te leggen en de gronden doelmatig te verkavelen. Hoe uitgebreide werken, zelfs verharde wegen, daartoe werden aangelegd, kan men o.a. zien in de Peelgemeenten Deurne, Venray en Horst, wier woeste gronden in de Peel ter grootte van welhaast 10.000 H.A. thans voor het grootste deel van een wegennet en waterlossingen voorzien zijn. Zoodoende werd ontginning mogelijk, waar particulieren, althans kleinere ontginners, er nooit, uit eigen kracht, toe hadden kunnen overgaan en konden veel betere pachtprijzen bedongen worden.

Vooral in gemeenten met veel woeste gronden werden periodiek publieke verpachtingen georganiseerd al naar gelang er vraag naar was. Zulke verpachtingen hadden gewoonlijk plaats in zeer kleine perceelen van ongeveer 1—5 H.A., gemiddeld ongeveer 2 H.A.,' waarbij echter gelegenheid bestond meerdere aaneengelegen perceelen bij elkaar te pachten. Hierbij heerschte de vooropgezette bedoeling ook den kleinen man in de gelegenheid te stellen zijne ontginning aan te leggen.

Vooral in de jaren 1910—1919 hadden die verpachtingen veelvuldig plaats, soms tweemaal per jaar in dezelfde gemeente. In de laatste jaren werd de grond, vooral gerooid bosch, eerst gespit door werkloozen en daarna verpacht. Een enkel maal is ook erfpacht toegepast, wélke vorm van pacht o.a. door de Staatscommissie voor den Landbouw van 1906 werd aangeraden voor gronden waar ontginning of ingrijpende grondverbetering noodlg Is *).

De pachtsom voor woeste heide- en broekgronden bedraagt gemiddeld niet veel meer dan ƒ 5.— per H.A., loopt uiteen van ƒ 2.— tot ƒ 15.— ongeveer, in normalen tijd, maar steeg ge-

1) Bapporten en Voorstellen betreffende den eeonomisehen toestand der landbouwers in Nederland. 1912. bldï. 188.

Sluiten