Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

141

De eerste vorm van eigen exploitatie was wel het aanleggen van vloeiweiden en graslanden op woesten grond. Ze werden per jaar verpacht, het gras verkocht of vee werd ingeschaard. Omdat deze graslanden in een groot tekort voorzagen, rendeerden ze aanvankelijk goed, afgezien van enkele gevallen, dat de boeren het hooi niet aan het vee wilden voederen. Later echter toen de boeren de kunst hadden afgekeken en zelf graslanden aanlegden bleken ze slechts weinig rendabel, werden soms zelfs schadeposten en dikwijls volgde verkoop of vaker nog verpachting op langeren termijn.

Later zijn meerdere gemeenten er toe overgegaan zelf te ontginnen, vooral op de betere gronden. Meestal werd echter na enkele jaren de grond verpacht; op gronden, die niet geschikt verkocht of verpacht konden worden werd de eigen exploitatie wel beproefd. Zeer veel droeg er toe bij de deskundige voorlichting en hulp der Ned. Heidemaatschappij, die haast door alle zelfontginnende gemeenten met het maken der plannen en soms met de uitvoering belast werd.

Soms is er gebrek aan het noodige kapitaal. Verschillende gemeenten hebben groote sommen er voor opgenomen, zoo Maashees ongeveer ƒ 200.000. In dat geval moet men wel zorgen den druk op het tegenwoordige geslacht niet te zwaar te maken.

Qewenscht is er een afzonderlijk gemeentebedrijf van te maken met eigen boekhouding. Zoodoende krijgt men niet alleen een beter inzicht in het bedrijf, maar wordt ook het gevaar voorkomen, dat eventueele verliezen in de gemeentehuishouding verdwijnen, een gevaar, dat niet denkbeeldig is.

Eigen exploitatie van losse bouwlanden is altijd verwerpelijk en slechts weinig toegepast. Ze is alleen te verdedigen voor de eerste jaren, zooals we dat bij verpachting bespraken (zie blz. 135).

Ook eigen exploitatie van boerderijen door een zetboer is niet aan te bevelen. Maashees past\e dit stelsel toe, maar ging spoedig over tot verpachting. Ook Deurne moest tot verpachting overgaan om grootere verliezen te voorkomen. Weert klaagt in 1921 in een schrijven aan Ged. Staten steen en been over den schadepost door eigen exploitatie van zijn drie ontginningen geleden, één van 80, één van 34 en één van 10 H.A. en wenscht over te gaan tot verpachting, wat in ieder geval een zekere rente van het vastgelegde kapitaal zal geven, al blijft het een verliespost. De omstandigheid, dat de ontginningen in den

Sluiten