Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

142

duren tijd aangelegd werden, mag hierbij niet verzwegen worden. Dit zijn enkele voorbeelden, die tegen eigen exploitatie pleiten, waartegenover ik geen succesvolle kan stellen.

Zuiver theoretisch beschouwd kan men verschillend denken over de wenschelijkheid van overheids-, in casu gemeente-exploitatie. Vast staat, dat in den laatsten tijd de gemeenten meer en meer als ondernemer zijn opgetreden. M. i. is dat niet de eigenlijke roeping der gemeente en mag ze er slechts toe overgaan als het particulier initiatief tekort schiet of wanneer een gemeentelijk bedrijf meer in 't algemeen belang is.

Tegenover gemeentelijke exploitatie kan men aanvoeren de oude argumenten, dat het particuliere bedrijf meer economisch werkt, dat de ambtenaren niet voldoende interesse hebben, dat het leidt tot ambtenarij (administratieve omslag en een zekere stugheid).

Werkelijk zullen deze bezwaren voor een landbouwbedrijf der gemeente zwaar wegen. Het eigenbelang is een haast onmisbare factor op de boerderij, waar telkens nieuwe verschijnselen de aandacht vragen, waar vee en planten haast individueele verpleging eischen. Uit dezen hoofde is het een eerste eisch, dat den ambtenaren direct belang bij een goede exploitatie gegeven wordt.

Nu kunnen die bezwaren tot een minimum worden teruggebracht, als de gemeente beschikt over een uitstekenden rentmeester, maar zoo groot zijn de gemeentelijke ontginningsbedrijven in den regel niet, dat ze zulk een ambtenaar er op na kunnen houden. De aangewezen weg voor gemeenten is, het beheer op te dragen aan de Ned. Heidemaatschappij, die er haar uitstekende ambtenaren gaarne mee belast. De laatste jaren werd de klacht echter veelvuldig, dat bij de lage productenprijzen dat beheer te kostbaar is, waarom ook reeds enkele particulieren er, hoewel noode, van moesten afzien.

In dit verband wil ik met een enkel woord wijzen op de moeilijkheid, die de gemeenten ondervinden, om een goed beheerder, niet alleen voor de gronden in eigen exploitatie (deze zijn tegenwoordig zeldzaam) maar vooral voor de verpachte en nog in ontginning zijnde gronden, te vinden.

Vroeger werd gewoonlijk wel iemand in het gemeentebestuur gevonden, die belangstelling voor de zaak toonde en als practiseerend landbouwer ook een gezonden kijk op de behoeften van

Sluiten