Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

155

De eenige vorm van toezicht was te vinden in onze Qemeentewet, art. 194, welk artikel onder c van lfd 1 voor verkoop van onroerend goed de toestemming van Qed. Staten eischt. Hoewel nu, volgens art. 562 (4°) B.W., boomen zoolang ze niet gekapt zijn onroerende zaken zijn, beschouwt toch de jurisprudentie verkoop van hout op stam als verkoop van roerend goed, daar het voorwerp der overeenkomst is de zaak nadat ze afgekapt is *). Het toezicht krachtens art. 194 Gemeentewet op het gemeentelijk boschbezit heeft dus weinig beteekenis en doelt ook enkel op het financieel beleid der gemeente.

De Commissie, in 1911 door den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel ingesteld met het doel de kwestie eener boschwet te bestudeeren, en die in 1913 als resultaat van haar arbeid een ontwerp Boschwet indiende, heeft zich beperkt tot de bescherming tegen insecten en andere schadelijke invloeden. Het vaststellen van maatregelen voor het behoud van bestaande bosschen of bebossching van woeste gronden, kwam haar niet gewenscht voor. Dit voorstel van wet heeft wel veel stof doen opwaaien, zonder echter tot resultaten te komen.

Nog valt te noemen een maatregel van den Minister van I andbouw enz. van 1914, volgens welken ook aan gemeenten en vereenigingen tot algemeen nut, die niet met financieele hulp van den staat werken 2), op gemakkelijke voorwaarden advies en b'ijvende voorlichting inzake het beheer harer bosschen of de ontginning harer gronden kan worden verleend.

Bij de behandeling der Nood-Boschwet 1917, die in verband met de buitengewone omstandigheden hoofdzakelijk het tegengaan van vellingen, strijdende met het algemeen belang ten doel had, werd weder door verscheidene leden der Kamers aangedrongen op een definitieve boschwet, die ook aandacht zou wijden aan de gemeentebosschen.

Nadat de Commissie van Advies inzake ontginning van woeste gronden *) in haar Ilde Rapport gewezen had op de noodzakelijkheid eener goede Boschwet, waarbij vooral het boschbezit der gemeenten onder een zeker staatstoezicht zou zijn te stellen, kwam eindelijk de Boschwet 1922 tot stand. Behalve het instellen van een Boschraad, het nemen van maatregelen ter bescherming van het bosch tegen brand, insecten en ziekten, het ma-

1) Asser-Scholten. Burgerlijk Becht He deel. bldz. 14.

2) Zie hierover bldz. 156 e. v.

3) Zie over deze commissie verder op bladz. 170.

Sluiten