Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

162

aan gemeenten voor bebosschingen, was bij Nota van Wijziging (ingediend 17 Oct. 1923) uit bezuinigingsoverwegingen verminderd met ƒ 35000— omdat de Regeering het verleenen van rentelooze voorschotten beperkte tot die gemeenten, waarmee reeds overeenkomsten waren aangegaan en daarenboven de daarvoor uitgetrokken bedragen nog verminderde met 10%.

Het gevolg daarvan was natuurlijk, dat de bebossching minder snel toenam.

Intusschen komen op de Staatsbegrooting 1926 weer enkele gemeenten voor, waar tot dusverre niet werd beboscht.

Op 31 December 1924 was aan 45 gemeenten — waarvan er 32 gelegen zijn in Noord-Brabant en 3 in Limburg — Rijksvoorschot toegezegd voor de bebossching van 12192 H.A. woesten grond. Op dat tijdstip waren daarvan echter nog slechts 5.435 H.A. beboscht, zoodat voorloopig nog genoeg te doen overblijft, ook al werden geen nieuwe contracten meer afgesloten.

Ook aan den Oranjebond van Orde werd voor 400 H.A. onder Hilvarenbeek renteloos voorschot toegekend, waarvan ultimo December 1924 141 H.A. beboscht was.

Den bijgaanden staat ontleenen we, gedeeltelijk gewijzigd, aan het Verslag van de Directie van den Landbouw *).

Gemeentebebossching met renteloos voorschot van het Rijk.

Oppervlakte Totaal

Jaar, waarin waarvoor Beboscht be5oscnte

GEMEENTE met de voorecht in L^f^m

vjfcMfcfclNlli bebossching wordt i924 tó"!^" begonnen is verstrekt

H.A. H.A. H.A.

Venray*) . . . 1908 710 41 503

Bergen*) ... 1908 700 77 398

Mook*). . . . 1918 167 15 66

Eersel .... 1908 213 185

Maashees ... 1910 467 44 321

Schayk .... 1911 288 25 240

Erp 1911 227 7 205

Transporteeren. 2772 209 1918

1) Verslagen en Mededeelingen van de Directie van den Landbouw, 1925, No. 4, bldz. 57.

•) Dit zijn de drie Limburgsche gemeenten; de overige liggen in NoordBrabant.

Sluiten