Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

170

We moeten derhalve wel in het oog houden, dat alle maatrege len om de landaanwinning te bevorderen, daartoe niet in staat zijn en slechts kunnen dienen om de kwaal te verzachten, om voorloopig het ergste af te wenden.

Daarin ligt echter niet alleen een voldoende motief maar ook een plicht van sociale strekking opgesloten voor vereenigingen in het algemeen- of landbouwbelang werkzaam en voor overheidslichamen, om het ontginningswerk te bevorderen en financieel te steunen. Daarbij komt de groote sociale waarde van een krachtigen en in verhouding tot de andere bevolkingsgroepen getalsterken boerenstand. Ook de voortbrenging van een zoo groot mogelijke hoeveelheid landbouwproducten versterkt de economische positie van ons land. In abnormale tijden worden die gronden ook zeer gemakkelijk aan de volksvoeding dienstbaar gemaakt al brengen overigens kleinere zandbedrijven hoofdzakelijk die producten aan de markt, waarvan ons land een uitvoeroverschot heeft.

Hoezeer die redenen ook pleiten voor krachtdadigen steun aan het ontginningswerk, toch mag daarbij de grens van het economisch mogelijke niet worden overschreden. De ontgonnen gronden moeten door ligging en kwaliteit den bewoners een behoorlijk bestaan kunnen verschaffen. Wel mag in rekening worden genomen de veel grooter arbeidsprestatie, die deze menschen met liefde geven op hun eigen bedrijf.

Stichting van boerderijen op woesten grond met Rijksvoorschot.

Een krachtige poging om de ontginning te bevorderen is de stichting van boerderijen op woesten grond met rijksvoorschot *).

Het steeds nijpend gebrek aan boerderijen, vooral kleinere, had reeds lang in die richting doen zoeken. In de oorlogsjaren was de beteekenis van een zoo groot mogelijke productie van landbouwvoortbrengselen in eigen land nog eens recht duidelijk geworden; daarenboven bleek toen een groote levensvatbaarheid der kleine zandbedrijven, omstandigheden, die de idee der stichting van kleinere ontginningsbedrijven kracht bijzetten.

De resultaten in het buitenland, speciaal in Oldenburg, met

1) Zie Rapporten en Voorstellen betreffende de ontginning van woeste gronden in Nederland, 's-Graverihage 1920 en Rapport, omtrent de uitkomsten tot dusverre verkregen bij het verleenen van Rijkssteun voor de stichting van boerderijen op woesten grond, 's-Gravenhage 1924. Beide rapporten zijn opgemaakt door de Commissie van Advies, Inzake ontginning van woeste gronden, ingesteld bij E. B. van 23 April 1919.

Sluiten