Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

179

aanzienlijke reserves hierin te beleggen? Eminenter boerenbelang kan toch moeilijk bedacht worden en als die machtige lichamen voorgingen, zou dan straks de particulier niet het voorbeeld volgen en de overheid haar subsidie blijven weigeren?

Mislukte pogingen tot verhooging der bodemproductie en tot landversehaffing.

Het streven naar verhooging der bodemproductie en verschaffing van grond was kort na den oorlog zoo sterk, dat meerdere organisaties daaraan het leven dankten; het succes was over het algemeen niet groot, in enkele gevallen zelfs negatief.

Reeds noemden we de „Nationale Vereeniging Eigen Erf", die 2 Maart 1917 te Utrecht opgericht werd. Haar doel was de bevordering van het grondgebruik en grondbezit ten behoeve van den land- en tuinbouw, maar in het bijzonder van het klein, bedrijf. Om dat te bereiken wilde zij overal gewestelijke en provinciale afdeelingen oprichten en deze moreel en financieel steunen. Daarnaast wilde zij adviezen geven in zake ontginning, grondgebruik en grondbezit, gronden koopen en huren om deze, eventueel na verbetering op gemakkelijke betalingsvoorwaarden te verkoopen, verhuren of in erfpacht te geven.

Zooals we reeds opmerkten kwam die te ideëel opgezette vereeniging niet tot ontwikkeling.

Vermelden we eveneens de in 1918 te Leiden opgerichte stichting „Spaarfonds voor Bodemcultuur", die door het op groote schaal bijeenbrengen van kleine bedragen, gestort in den vorm van contributies of van spaargelden, een aanzienlijk en toenemend fonds wilde vormen, om daarmede productieve cultuurwerken tot stand te brengen. Het ontginnen van woeste gronden, bebossching, het aankoopen van groote landgoederen om deze' in normale boerderijen te splitsen, stichting van tuindorpen enz. stonden op haar program.

De voordeden dier productieve cultuurwerken moesten aan breede bevolkingsgroepen ten goede komen; naast het stoffelijke zou het sociale belang worden nagestreefd 1).

Na een bescheiden begin der werkzaamheden vond deze stichting na enkele jaren een roemloos einde. De groote fout was wel, dat men met spaargelden dergelijke werken wilde ondernemen'

Nog noemen we de „Stichting tot bevordering der landbouw-

«taLJS^ 1^cntln«fn met organieke reglementen der stichting Spaarfonds voor Bodemcultuur, en Verslag over het eerste boekjaar.

Sluiten