Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

186

Het kostenvraagstuk is de groote hinderpaal. Neemt men aan, dat de bedekking 25 c.M. dik moet zijn, dan is bij een S.Q. 0.5 1250 ton stadsvuil noodig per H.A.

Veilig kan men hieruit concludeeren, dat een prijs van ƒ .1.— per ton wel de uiterste grens is, die een rendabele ontginning mogelijk maakt. Daarmede is echter ook gezegd, dat de transportkosten als regel niet door den ontginner kunnen worden gedragen. De steden zullen dus een gedeelte dier kosten voor hare rekening moeten nemen, wat, gezien de uitgaven aan de verbranding besteed, ook zeer wel mogelijk is. Het vervoer te water of per spoor zal zoo economisch mogelijk moeten worden geregeld; zoo overweegt men b.v. reeds vuilnisafvoer en zandaanvoer door speciaal daarvoor ingerichte wagons. Het behoeft geen 'betoog, dat slechts terreinen dicht bij water of spoorweg gelegen in aanmerking komen.

We zullen deze kwestie hier niet verder behandelen, maar verwijzen naar het onlangs verschenen rapport van de staatscommissie, die op 17 Juli 1925 door den Minister van Binnenlandsche Zaken en Landbouw werd ingesteld ter bestudeering van het vraagstuk der vuilnisverwijdering. Deze commissie is tot de conclusie gekomen, dat aanwending voor ontginning en demping het meest gewenscht is. De gegevens van dat rapport werden ook afgewacht door een paar maatschappijen, die in oprichting waren met het doel deze wijze van ontginnen in het groot ter hand te nemen. Daaruit is thans ontstaan de Mij voor Ontginning van woeste gronden „Myvo", die in Noord-Brabant, op de Veluwe en in Drente geschikte terreinen tot hare beschikking heeft.

Vermeld zij nog, dat er in den laatsten tijd in Amsterdam proeven werden genomen met het z.g. Beccari-systeem, een wijze , van vuilverwérking, die in Italië wel wordt toegepast. Het stadsvuil, ontdaan van de grootere onverteerbare voorwerpen, wordt in gesloten gemetselde of betonnen bakken van pl.m. 20 Ms inhoud gestort, die zoodanig zijn ingericht, dat een goede ventilatie verzekerd is. Na ongeveer 50 dagen is door gisting het vuil verteerd tot een veel kleinere hoeveelheid, voor de gezondheid onschadelijke, niet riekende stof, die een zekere waarde als meststof heeft. De bouwkosten der z.g. fermenteercellen en de noodige voorafgaande sorteering maken voor ons land de bewerking te duur. Dat heeft er toe geleid proeven te nemen met eenvoudiger ingerichte cellen. Deze werden opgebouwd uit zoden,

Sluiten