Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

192

lijeken teijns van dartich oude grooten tornoijsen munten 's-coninx van Vrankrïjcke off in anderen paümente daertiegen alsoo goet, ons ende na ons onsen erffgenamen ende nacomelingen te gelden ende te betaelen een ijegelic jaer op sente Lambrechtsdach en in den dorpe van Dijnter van der voirz. gemeijnte endehoeren gebrukenisse, uttenomen ende behoudende ons onse erffgenamen ende nacomelingen juredixi ende heerlijekheyt ende onser visscherijen, ende uttenomen enz. enz.

B, Uitgifte van gemeentegronden ln het land van Cuöck 1). Gegeven ln het jaar des Heeren MCCC. acht, des Zaterdags na het Paasch-Feest.

Wij, Jan, Heere van Cuijck, allen dengenen die dezen zullen zien of hooren lezen, doen te weten: dat wij met bewilliging en welbehagen van onze zeer beminde echtgenoote Jutha, Vrouwe van Cuijck, mitsgaders van onze Zonen, Jan, Proost der Kerken van St. Servaes te Maastricht en Leuven en Otto, Heer van Zeelhem, Ridder en van onzen Neve Jan van Cuijck, hebben gegeven en geven, aan onze Onderzaten, in onzen lande woonachtig, te weten: te Beugen, Brakel, Cuijck, Linden, Beers, Mill, Escharen en Qrave en derselver Regtsdwang, al onze Gemeenten, zoo in het lage als op het hooge, gelegen binnen ons grondgebied, tusschen de grensscheidingen, namelijk: van het grondgebied' des Heeren van Herpen en dat van Jan, genaamd Bok van Meer en strekkende van de Maas tot de Peel; met uitzondering nogtans der Eikelenweide, en het hout, staande op het Borth en op Birdonc, waarvan wij noch onze Erven echter den grond niet zullen kunnen noch mogen verkoopen of te koop aanbieden, en voorbehoudens den ingezetenen van het land, daarop, hunne gewoonlijke en gebruikelijke weide; mitsgaders met uitzondering van zeker bosch, gemeenlijk Vrede genaamd, en gelegen bij den Hijre, hetgene eertijds toebehoorde aan den Heere Gerardus van Elten, hetwelke wij en onze erfgenamen, op zoodanige wijze, en bij al zulke gebruiken zullen behouden, als van ouds, door den Heere Gerardus is geschied, in diervoege, dat daaruit, niemands vee zal worden gejaagd, noch in hetzelve (volgens het Duitsch) geschut, ten ware dat hetzelve bosch, alvorens omtuind of met sloten ware omgeven; en zulks voor eenen jaarlijkschen cijns van tien ponden, goede en gangbare penningen, een oude Tournoische Koningsgroot, gerekend op zestien Denarissen, te betalen aan ons en onze Erven, 's-jaarlijks op St. Maartensdag in

1) Krieger J. A. bldz. 30 (Bijlagen).

Sluiten