Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

196

1°. De heerlijckheid Deurne en Liessel zou er door verliezen 2500 Hollandsche morgen besten Peelgrond, grond waarvan zij door verkrijgbrieven van de Hertogen van Brabant „Justo et quidem oneroso titulo" eigenaar zijn geworden.

2°. Dat door het voorschreven zoo important verlies van zooveel honderden morgen van haar besten peelgrond, de Supplianten in de necessiteit zouden zijn gebracht, van niet te kunnen voldoen en betalen de lasten en gemeene middelen, hetgeen de supplianten tot verre over de 12000 guldens jaarlijks aan de Landen promptelijk furneeren, in consideratie, daardoor van de eene zijde van haar beste weilanden voor haar vee zouden worden gefrustreerd, ende wederom aan de andere zijde haar mede ontzet vinden van aldaar hey tot voedsel van het rundvee en schapen te maayen en vlaggen te steken, dewelke met heele karren • op hare mistputten worden gevoerd, waarvan door de vermenging ondereen, mettertijd tot de culture harer Landerijen abondantelijk van Mist zonder veel kosten worden voorzien, zijnde de supplianten niet in staat hare akkers bij gebrek van dien naar behooren te komen cultiveeren en bebouwen, nochte ook te konnen voeden haar Vee, dat zeer talrijk is en in vele duizenden aldaar wordt aangequeeckt, waar in het welwezen van de supplianten door het verkoopen van dien, hetwelk dagelijks naar Holland, Brabant en elders wordt afgevoerd, wel voornamelijk consisteert, en vervolgens op te brengen de gemeene Landts lasten op de landen en het vee respectievelijijk bij den souverein gesteld.

3°. Dat Deurne en Liessel met zware opgenomen kapitalen zijn gechargeerd, voor welke kapitalen mede wel specialijk verbonden is haar peelgrond.

4°. Dat het afstaan van zoo dikke turflagen op plaatsen 18—20 voet dik, zeer schadelijk zal zijn voor het nageslacht, omdat er eeuwen genoeg turf te steken is.

5°. Zonder hen te hooren van hun eigen patrimoniale goederen beroofd.

6°. Dat zij bovendien nog gedwongen worden een gracht te graven voor de grensscheiding.

Bijvoegsel: In Venray wordt de volgende anecdote verhaald: Toen oude mannen van Venray moesten getuigen, hoever zich de Venraysche gemeente uitstrekte, vulden zij hun schoeisel met zand uit hunne tuinen, wandelden zoo naar de Peel en zwoeren

Sluiten