Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27

Oelrichs, Helgolandsch Woordenboek; 1 rederiksen, IJslands Leesboek; Wassenbergh, Friesche tongval.

Vast staat voorts, dat hij De Lapekoer fen Gabe Skroar bezeten en gelezen heeft.

Het te voorschijn komen van deze boeken uit Over de Lindens bibliotheek heeft voor Beckering Vinckers en Berk in 1877 een der hoofdgronden gevormd, waarop zij tot de besliste uitspraak kwamen dat de man die met het O. L. B. op de proppen kwam, ook (en alleen) de schrijver moest zijn.

We weten sedert lang, dat deze gevolgtrekking onjuist was. Door de veelheid der aanwijzingen voor Over de Lindens schuld zijn Beckering Vinckers en Berk, bovendien nog onder den invloed van een zeer verkeerde meening omtrent inhoud en doel van het O. L. B., van de wijs geraakt.

Maar hoe ver ook Dr. de Jongs onderzoek en bewijsvoering in 't algemeen in kwaliteit boven dat van genoemde heeren staat — wier opvatting toch jaren lang voor de juiste gegolden heeft, — ik vrees dat hij bij het trekken zijner conclusie aan een euvel van gelijken oorzake mank gaat: de veelheid der bewijzen voor Verwijs' handdadigheid aan 't bedrog hebben hem ten slotte verleid tot een eenzijdig oordeel.

Hij neemt aan, dat Over de Linden zich de werken die hierboven genoemd zijn heeft aangeschaft nadat hem in 1867 het handschrift op de reeds beschreven wijze in handen gespeeld zou zijn. De man zou met behulp daarvan zijn „familie-erfstuk" hebben willen ontcijferen. Wellicht is hem, zegt Dr. de Jong. (blz. 309,) „een kladje in handen gestopt, waarop enige voor het doel der ontcijfering niet ongeschikte titels van boeken voorkwamen."

Is een en ander, in aanmerking genomen het aantal en de verscheidenheid der werken, op zichzelf al niet erg waarschijnlijk, men moet ook nog bedenken, dat De Jongs onderstelling vastzit aan zijn hoogst onwaarschijnlijke hypothese, in het voorgaande hoofdstuk besproken. En eenige reëele aanduiding, dat al die boeken pas in of na 1867 in Over de Lindens bezit gekomen zijn, is er niet.

Over de Linden zelf heeft (in een na¬

gelaten stuk, doch ook wel mondeling,) verteld, dat hij zich spoedig nadat hij in 1848 het handschrift van zijn familie te Enkhuizen overgenomen had, Friesohe werken verschaft had om het te vertalen^ doch dat hij er nooit in geslaagd is, meer dan eenige woorden te ontcijferen. Aan zijn verhalen mag natuurlijk geen bewijskracht toegekend worden; we weten immers, dat er in zijn voorstelling in elk geval één groote, opzettelijke leugen aanwezig is: de mededeeling omtrent de herkomst van 't handschrift. In dat; licht mogen we dus ook bezien zijn praatje, dat hij. toen hij in 1871 Ottema bezocht, van dezen de O. L. B.-letters geleerd heeft, „waardoor ik," zegt hij in zijn opdracht aan zijn kleinzoon, „zoover gevorderd ben, dat ik het handschrift eenigermate kan lezen."

Ook Ottema deelt in zijn „Geschiedkundige aanteekeningen en ophelderingen bij Thet Oera Linda Bok," op blz. 60 mede, omtrent dit bezoek: „Van de 34 karakters, die daarin (n.1. in het handschrift) voorkomen, kon hij 20 herkennen wegens hunne overeenkomst met den vorm van onze gedrukte kapitale letters. Daardoor had hij op de tweede bladzijde van het handschrift gemakkelijk kunnen onderscheiden de woorden: skrêven — achthondred — Liko — Ovira Linda; en daaruit besluiten, dat zijn familienaam reeds in het jaar 800 moest bestaan hebben. Doch de 14 overige karakters waren hem onbekend. En deze zijn het, die ik hem heb leeren kennen en onderscheiden."

Arme Dr. Ottema 1 Door eigen verregaande kortzichtigheid in den strik gevallen, — en daarna tot het laatste toe belogen en bedrogen.

Want of nu Over de Linden al dan niet heeft kunnen medewerken aan de totstandkoming van het O. L. B., leugen en bedrog, en niets anders, was de onkunde waarmee hij Ottema aan boord kwam, dat staat vast.

Lezer, gij weet, dat Over de Linden dan toch in elk geval een man met bizonderen aanleg was, en daarenboven iemand, toegerust met wilskracht en geduld. Anders had hij, van de laagte uit, niet kunnen worden wat hij was, niet kunnen doen wat hij deed.

Welnu, laat eens eenige kennissen van

Sluiten