Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II

Lodewijk van Nassau, de ridderlijke en welbeminde, had eindelijk, met opoffering zijner laatste middelen, een leger kunnen verzamelen en trok nu langs de Maas op om den Prins ergens bij Tiel de hand te kunnen reiken. Doch de Spaansche troepen, ook van Maastricht opgerukt, waren hem vóór en reeds 13 April tot Grave genaderd. Valdez nu, van Leiden weggeroepen, zou zich bij dit leger voegen, maar is niet eens zóó ver gekomen en was nog in het Utrechtsche, toen de rampzalige slag

op de Mooker-

heide, 14 April, wederom alle hoop der Staatschen vernietigde.

„De keur, o Israël, is op uwe hoogten verslagen.

Ach, hoe zijn de helden gevallen ! . . . .

.... Dauw noch regen zij op u,

op uwe hoogten, gij heuv'len des doods,

Want daar is der helden schild weggeworpen".

De weinig geregelde en slecht uitgeruste benden van graaf Lodewijk konden tegen de Spaansche veteranen onder Sancho d'Avila en Bernardino de Mendoca niet bestaan. Wel vochten de meesten met moed, wel steeg en daalde uren lang de kans, maar eindelijk sloegen zij in een wilde paniek op de vlucht. Lodewijk, Hendrik en de jonge hertog Christoffel van de Paltz hielden lang met hun ruiters stand, maar werden eindelijk meegesleept, verdwenen in het gewoel

Sluiten