Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14

poort, dat een oogenblik in onze handen geweest is; en de Warmoesschans buiten de Rijnsburgerpoort, tijdens het beleg veroverd. Wijder : Ter Wadding, Valkenburg, Voskuil (waar vroeger hagepreeken gehouden waren) Kwakel, Broekweg, Dwarswetering, Leiderdorp en Lammeschans, de befaamde van de laatste dagen des belegs. Weer wijder, in het Noorden, De Kaag en Oude Wetering; in het Zuiden Zoeterwoude, Jaep Claesz. aan het Wedde, Voorschoten ; en nog zuidelijker de halve cirkel Hazerswoude, Benthuizen, Zoetermeer—Zegwaart, Leidschendam. Ten Zuiden van dien laatsten krans lag de befaamde Landscheiding, de grens tusschen Rijn- en Delfland, die het water zoo lang heeft tegengehouden. Wie zich de ras geloonde moeite geven wil deze plaatsen op de kaart te zoeken — men zie o.a. achter de genoemde boeken van Fruin en Blok — zal aanstonds twee dingen opmerken. Vooreerst, dat dit omsmgelingsplan weldoordacht en met groote plaatselijke kennis uitgevoerd was. Dan dat, zoo iets bij machte zou blijken den vijand te verdrijven, het water het doen zou, het water in de tallooze plassen, vaarten en weteringen tusschen èn het water, losgelaten, opgestuwd over de landen. Het water, zoo vaak de grimmige vijand van het polderland, zou een krachtig bondgenoot kunnen worden en ook hier veroorzaken wat van Alkmaar gezegd was :

„Sij en hadden gebreck van water noch slijck, Dat deed die Spaengiaerts treuren."16)

En zoo is geschied. De Prins heeft van stonde aan op dat onderwater-zetten krachtig aangedrongen. Wanneer wij hem vooraan plaatsen onder de helden, die buiten Leiden voor Leiden gestreden hebben, dan is dat in het algemeen reeds omdat hij ook hier weer de ziel, het leven van alle reddingsplannen geweest is, rusteloos in zijne toewijding, onbezweken in zijn geloof, in het bijzonder om dat nooit uitgeput geduld, dat hij heeft getoond bij het doorzetten van de inundatie. Eene vriendelijke hand heeft, toen ik dit schrijven ging, nieuwe ten deele ongedrukte bescheiden op mijn tafel gelegd, waaruit dat ongebroken volhouden van prins Willem nog eens weêr zoo ontroerend blijkt.

Oranje was, toen het tweede beleg aanving, te Dordrecht, waar ook de Staten van Holland vergaderd waren. Diep had de dood zijner broeders, waaraan hij voor zich niet twijfelde, hem geschokt en er waren oogehblikken dat hij, met arbeid overkropt, als versuft nederzat17). Den 27sten Mei kwam kolonel Edward Chester, die in de reeds genoemde schans van Valkenburg gelegen had, het verlies van de

Sluiten