Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*9

doet, getuigt van een vastberadenheid en geestkracht, waartoe zich zelden eene gansche bevolking verheft" as). Het is de geestkracht van Maria van Reigersberch, die haren echtgenoot, om beschuldiging van hoogverraad gevangen, aanspoort geen getuigenis af te leggen tegen eer en geweten, al weet zij dat hij daardoor den dood dicht nabij komt.

Kunnen wij aldus helaas van de vrouwen geene namen noemen, van de mannen zijn er ons velen bij roemrijken name bekend. Te lang — het is thans voor niemand meer een geheim — heeft Pieter Adriaansz. Vermeer, bijgenaamd van der Werf, naar het zeemtouwers bedrijf dat hij vroeger had uitgeoefend, als de groote held van het beleg gegolden. Daartoe is zijne houding vaak te weifelend geweest. Doch wij moeten zorg dragen thans niet naar het andere uiterste over te slaan. Wij zien hem aan en laten onze herinneringen rijzen. Zijn vader Adriaan Laurensz. Vermeer, de zeemtouwer, was te Leiden ook leeraar der dooperschen geweest en een der aanvoerders van den Munsterschen. trek en deswege 26 Maart 1534 te Haarlem onthoofd, terwijl zijne moeder Clara Pietersdr., na schuldbelijdenis er met eene boete afkwam. Pieter was toen acht jaar en hij heeft later bij zijne zendingen van wege den Prins daarom het vertrouwen der doopsgezinden o.a. te Dordrecht genoten 29). Want prins Willem gebruikte hem, toen hij in 1566 had moeten uitwijken, voor vertrouwelijke zendingen, zooals het ophalen van geheime contributiën, en getuigde daarna dat van der Werf hem getrouwelijk had gediend. Daaraan zal hij ook wel zijne benoeming tot burgemeester te danken gehad hebben. Tijdens het tweede beleg stond hij als presideerend burgemeester aan het hoofd der regeering en dat was gelukkig, want de drie andere burgemeesters Van Noorden, Van Zwieten en Halfleiden waren lauw en zelfzuchtig en met reden verdacht. Het waren deze drie ambtgenooten van Van der Werf, die volgens een brief van De Novelles aan den Prins verdienden opgehangen te worden (wij spraken er al van) brief, dien Valdez toen onderschepte en met een vriendelijk briefje den burgemeesters deed toekomen: die kenden nu des gouverneurs oordeel over hen! De Prins heeft hen niet ontslagen. Naast hen is Van der Werf de sterkere, naast de Douza's de zwakkere, maar stellig aan hunne zijde, slechts wat gevoeliger voor 'svijands aanbiedingen, omdat hij de zware verantwoordelijkheid moeilijker droeg. En die aarzeling bovendien maar tijdelijk. Toen hij na den dood van Bronckhorst, waarover zoo aanstonds, Jacob van der Does verzocht om gouverneur der stad te zijn, was dat wezenlijk omdat hij, zich zeiven niet geheel vertrouwende, den steun eens sterken begeerde. En altijd zullen wij te

Sluiten