Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28

twe ende drie uyren in den Heer ontslapen". Wat wij van Douza zeiden, zeggen wij van hem: hoe gezegend de bestiering, die hem tijdens het beleg tot man van invloed maakte ! Want, door niets ter neder geslagen, onvermoeid, vol geestdrift voor de heilige zaak, heeft hij stad en land wezenlijk onvergetelijke diensten bewezen. Eén daarvan kent ieder en wil toch ieder gaarne opnieuw hooren. Het was in de raadsvergadering van 8 September. Eene talrijke partij drong aan op onderhandeling. Toen nu Van Hout bespeurde dat in het rumoer van dooréén-spreken men elkander opwond, verzocht hij, leuk en rustig, of de raadsleden een voor een wilden spreken, opdat hij zich met het notuleeren niet vergissen zou. Dat was als olie op de golven. Want bevreesd nu Voor vastlegging hunner woorden (het geschrevene blijft !), kwamen de heeren tot kalmte, en gezond verstand en eergevoel konden zich laten hooren. Helaas, dat wij van het blijvende van schrifturen gesproken hebben! Jan van Hout heeft tijdens het beleg aanteekeningen gemaakt; ze bestonden nog in 1850, in een cahier ingenaaid, de gemeentesecretaris had ze onder zich, maar was vergeten .... waar hij ze had opgeborgen! Ze waren weg en bleven weg en het staat te vreezen, dat ze als scheurpapier zijn opgeruimd ! En juist deze papieren waren de in het net geschreven notulen **). Zóó onverantwoordelijk sprong men nog in de vorige eeuw met de schatten der historie om.

Nu wij aldus de mannen en vrouwen, hoog en laag40), buiten en in de stad hebben herdacht en in den geest ons voor hen hebben nedergebogen, vol van bewondering en dankbaarheid, geven wij ons, ten besluite, nog aan de bekoring over van de altijd ontroerende berichten van het ontzet zelf.

Den 28sten September bracht een duif een brief van Boisot, waarin hij schreef, dat de verlossing nu dicht op handen was. Maar nog steeg het water niet genoeg. Het was dezelfde dag, met warm en zonnig weer, dat de Prins, schoon nog zwak, uit Delft kwam, om de vloot te bezoeken. Eene galei roeide hem rond en alleen reeds zijne tegenwoordigheid, zijne beminde en vereerde persoonlijkheid, verlevendigde den moed. En toen — den dag daarop — sloeg het weer om! Drie dagen lang woei er een Noordwester storm, hij dreef de wateren der Noordzee, bij springtij, den Maasmond in, het uitvloeiend rivierwater werd in zijn loop gestuit en stroomde nu door de dijkbreuken over het land. En weder draaide de wind, nu naar het Zuiden, en stuwde het water naar Leiden toe, weldra was het hoog genoeg gestegen om den Kerkweg bij Zoeterwoude te naderen. Hij werd door de Span-

Sluiten