Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neus tusschen zijn schrale wangen, en gestadig hield hij de oogen toe.

,,'t Opper-wezen," rekte hij lijzig, op een driftig gezegde van de ouë, — ,,'t Opperwezen, Ruurt Boltema, die heb dunkt mijn, Zelfers gewild dat Wig dat lijen zou. Jawel, jawel, ik zal 't je staven uit 't heilige Woord. Daar staat geschreven: buiten de wille God's valt geen muskie dood op d'aarde, en wordt d'r geen haar van je hoofd gekrenkt, dus... I En daarom zou ik willen vragen, is 't redelijk, dat wij de verdrukking wegnemen, Ruurt? Maggen wij dat?"

Rap en schril-luid viel Siena Roos haar man bij. ,,Ja, ja, Ruurt en Hendrien, in alle zachtmoedigheid menschen, in alle zachtmoedigheid 1 Maar 'n teeken van Hoogerhand lijkt 't mij ook, dat 't jongie zijn oudste pet op 't hoofd had, wa'blief ? Nèt de nieuwe op'borgen onder 't varen, bij de vrouw, in de kast! Nou mij dunkt ze knikte lang en bedachtzaam.

Ouë Boltema schoot hoog op uit zijn stoel. „Wel verduveld 1 Wil ik jelie 's zeggen wat er axi schort? Zal ik jelie 's .... ?"

„De rónden," zei Tjeerd hard uit het duister, en er was een haat in zijn lach.

Siena Roos suste. „Menschen, menschen, vrede, alsteblieft, gedenkt de Sabbatsdag ....," haar stem dempte, — „ik wil er goed noch kwaad woord over praten, lui', maar — 't is zooals onz' Wietske 't zegt: Wig was de laatste tijd tè driest, twee — drie maal achter mekaar 'n anvaring en nou weer op de Staart

X3

Sluiten